Projecten

Protocol BRMO detectie

Aanleiding

Limburgse ziekenhuislaboratoria concluderen met elkaar dat de WIP richtlijnen gevolgd worden, maar dat deze veel ruimte geven voor een verschillende invulling. Men weet niet hoe groot de verschillen in protocollen zijn en op welke punten er verschillen zijn. Hierdoor kunnen de laboratoria:

  • Verschillen in meetresultaten krijgen;
  • Data niet delen en spiegelen.

Doelen

Te komen tot een gestandaardiseerd BRMO detectie protocol voor de Limburgse ziekenhuizen, waardoor datadeling mogelijk wordt. Vervolgstap wordt dan in de subsidieperiode mei 2021 t/m december 2022 te bepalen welke data (bijvoorbeeld CPE) gedeeld en besproken kan worden tussen de ziekenhuizen.

Hoe?

Een werkgroep arts-microbiologen van de vier deelnemende Limburgse ziekenhuislaboratoria is geformeerd in maart 2018. Deze werkgroep heeft een AIOS een verschillenanalyse laten uitvoeren voor de diverse BRMO detectieprotocollen. Verschillen zijn besproken en geüniformeerd. Inkoop van materialen (zoals de platen) gebeurd nog steeds via de eigen inkoopkanalen.

Om te testen of het aangepaste protocol in de vier deelnemende laboratoria dezelfde uitslag geeft, wil men een rondzending doen van circa 20 samples met goed gedocumenteerde BRMO’s in een fecale matrix. De monsters worden gevriesdroogd en zijn 3 maanden houdbaar.

Deze rondzending zal gecoördineerd worden door een arts microbioloog van Laurentius MC en uitgevoerd door analisten werkzaam in Laurentius MC.