Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

kennisplatform

Covid-19 en zwangeren

  • Ziekteverschijnselen bij zwangerschap

    COVID-19 is een luchtweginfectie die wordt veroorzaakt door SARS-CoV-2. Op basis van de huidige literatuur lijken zwangere vrouwen geen verhoogd risico te hebben om geïnfecteerd te worden met SARS-CoV-2, d.w.z. ze zijn niet ontvankelijker dan andere personen (FMS). Het is te verwachten dat COVID-19 bij een zwangere, net als de meeste andere virale respiratoire infecties, ernstiger verloopt dan bij niet-zwangere vrouwen, vanwege de mechanische beperking door de groeiende buik, met verkleining van de longcapaciteit tot gevolg (DeBolt 2021). Hierdoor kunnen vaker complicaties zoals een pneumonie optreden, met name naarmate de zwangerschap vordert.

     

  • Verhoogd risico bij zwangerschap

    De zwangere zelf
    Zwangeren hebben meer risico om ernstig ziek te worden van COVID-19 en zwangerschapscomplicaties te ontwikkelen. Dit geldt met name voor het derde trimester (≥28 weken) van de zwangerschap vanwege de mechanische beperking door de groeiende buik met als gevolg verkleining van de longcapaciteit, waardoor er vaker complicaties zoals een pneumonie optreden. Hoewel een ernstig verloop van COVID-19 bij vrouwen in de vruchtbare leeftijdsfase weinig voorkomt, hebben zwangeren met COVID-19 meer risico opgenomen te worden op de intensive care en is er bij hen vaker noodzaak tot invasieve beademing in vergelijking met leeftijdgenoten (NethOSS/NVOG).

    Extra risico op een ernstig beloop is aan de orde wanneer er sprake is van onderliggend lijden (pre-existente comorbiditeit) of van reeds bestaande zwangerschapscomplicaties. Daarnaast komen uit de literatuur verschillende risicofactoren voor een ernstig beloop naar voren zoals toenemende leeftijd van de zwangere (zie de bijlage Zwangerschap (werk) en COVID-19 bij deze richtlijn).

    Ongeboren kind
    Er is geen bewijs dat SARS-CoV-2 de kans verhoogt op een miskraam of aangeboren afwijking op basis van beschikbare literatuur (FMS, NethOSS, Allotey et al.). Een recent systematisch review laat een hoger percentage vroeggeboorte zien, mogelijk te verklaren door eerder medisch ingrijpen (iatrogene vroeggeboorte) en sterk afhankelijk van het gevoerde medisch beleid (Allotey et al.). Er zijn enkele case reports gepubliceerd die transplacentaire transmissie van SARS-CoV-2 in het derde trimester lijken aan te tonen (Vivanti et al., RCOG). Dit lijkt vooralsnog beperkt te zijn; het lijkt niet te leiden tot grote problemen bij de neonaat. 

    Vaccinatie
    Zwangere vrouwen krijgen het advies om zich te laten vaccineren met de mRNA vaccins van Pfizer en Moderna. Dat geldt ook voor gezonde zwangeren; vaccinatie is veilig en effectief (zie ook Vaccineren tijdens zwangerschap | RIVM).

    Als een zwangere de basisserie heeft gehad, wordt ze ook uitgenodigd voor een boosterprik. Voor zwangere vrouwen geldt dat mRNA vaccins (Pfizer en Moderna) in de basisserie veilig zijn bevonden. De verwachting is dat de bijwerkingen na de boosterprik niet vaker of ernstiger zijn dan na de basisserie met mRNA-vaccins. Een boostervaccinatie wordt geadviseerd door de NVOG. Deze boostervaccinatie kan ongeacht de termijn van de zwangerschap worden gegeven, en ongeacht de basisserie.

  • Preventieve maatregelen op het werk voor zwangeren

    In geval van lokale of regionale toename van de besmettingsgraad kan een situatie ontstaan waarin naast de landelijke maatregelen ook aanvullende lokale of regionale maatregelen geïndiceerd zijn (zie Handreiking maatregelen bij clusters en regionale verspreiding van COVID-19). Werkgevers moeten in een dergelijke situatie ook de veiligheid en gezondheid van de werknemers extra moeten bewaken en borgen; het beleid rond de inzet van zwangere medewerkers zal hiermee ook moeten worden heroverwogen. Dit geldt in een dergelijke situatie met name voor werkplekken waar sprake is van intensief menselijk contact.

    Binnen ziekenhuizen/zorginstellingen zal dan sprake zijn van opschaling van zorg en van intensivering van beschermende maatregelen. Hierbij zal beleid rond gezond en veilig werken tijdens de zwangerschap moeten worden meegenomen.

    Uitgangspunten voor inzet zwangere medewerkers

    • Met goede voorlichting en strikte toepassing van de gangbare hygiënemaatregelen, werkprotocollen en procedures geldend binnen specifieke beroepsgroepen – deze maatregelen moeten wel goed uitvoerbaar zijn tijdens de zwangerschap – zijn gezonde zwangeren in principe in hun reguliere werk inzetbaar. Volg ook de geldende algemene en de specifieke adviezen voor werknemers van de Rijksoverheid.
    • Binnen de verschillende ziekenhuizen, instellingen, medische beroepsgroepen en overige beroepen – binnen en buiten de zorg – kan een eigen beleid worden opgesteld; hiervoor wordt verwezen naar de eigen werkgever/organisatie/zorginstelling.
    • Deze bijlage is gericht op de gezonde zwangere. Op individueel niveau kan de bedrijfsarts anders adviseren en afwijken van het opgestelde beleid met een advies op maat over de beste aanpak.*
    • Een zwangere heeft recht op vrijstelling van werkzaamheden waarbij de zwangere blootgesteld kan worden aan COVID-19-positief geteste of voor COVID-19 verdachte personen. Dit geldt ook voor blootstelling aan besmette materialen, of wanneer gerichte werkzaamheden worden verricht in een laboratoriumomgeving. Vrijstelling en vervangende werkzaamheden, zoveel mogelijk rond de eigen werkplek, geldt indien zij zichzelf niet voldoende kan beschermen of niet getraind is (zich niet bekwaam voelt) in het juist toepassen van PBM (= onbeschermd contact).
    • Goede informatievoorziening en voorlichting over het belang van het strikt en consequent werken volgens de bestaande hygiëne- en preventiemaatregelen, procedures en protocollen geldend voor specifieke beroepsgroepen/werkzaamheden is noodzakelijk.
    • Onder alle omstandigheden gelden de landelijke preventiemaatregelen zoals beschreven op Rijksoverheid.nl.
  • Perinatale overdacht & borstvoeding

    Overdracht van SARS-CoV-2 van moeder op kind
    Uit onderzoeken blijkt dat de meeste kinderen bij de geboorte niet besmet zijn met SARS-CoV-2. Er zijn echter beschrijvingen van pasgeborenen waarbij SARS-CoV-2 is aangetoond vlak na de geboorte. Het grootste gedeelte van deze besmettingen komt waarschijnlijk door blootstellingen van buitenaf die plaatsvinden tijdens of na de bevalling of als gevolg van langdurig gebroken vliezen. Er is echter ook een kleine kans op overdracht van de moeder naar het kind. Mogelijk speelt een langdurig ziektebeloop met COVID-19 van de moeder of een hoge viral load hierbij een rol (Musa 2021).

    Diverse overzichten over verticale transmissie zijn inmiddels gepubliceerd (Cai 2021, Chae 2021, Dube 2021, Kotlyar 2021, Saadaoui 2021, Walker 2020). In de onderzoeken werden de pasgeboren getest op SARS-CoV-2. Het overgrote deel van de pasgeborenen testte negatief op het virus. Een beperkt aantal kinderen testte positief op de dag van de geboorte. Ook zijn er kinderen waarbij na de geboorte verhoogde IgM waardes in het plasma werden gemeten. Deze IgM waardes kunnen wijzen op een intra-uteriene infectie. Daarnaast is het virus in meerdere cases in de placenta, in vruchtwater of in navelstrengbloed aangetroffen. De overdracht van het virus van moeder op kind is daarom niet uitgesloten. Bij de kinderen waarbij SARS-CoV-2 vlak na de geboorte werd aangetoond, verliep de infectie over het algemeen mild of zonder symptomen.

    Borstvoeding
    Er zijn geen aanwijzingen dat een baby via de borstvoeding besmet kan worden met SARS-CoV. Wel is goede hand- en hoesthygiëne tijdens het geven van borstvoeding en andere contactmomenten belangrijk. Daarnaast wordt een kraamvrouw die COVID-19-positief is tijdens de bevalling, geadviseerd een chirurgisch mondneusmasker te dragen bij het geven van (borst)voeding (en andere contactmomenten) of de (afgekolfde) melk door een andere ouder/verzorger te laten geven tot aan het einde van de besmettelijke periode (standpunt FMS).