Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

kennisplatform

Over Covid-19

  • ZIEKTE EN BESMETTING

  • Wat is de verwekker van covid-19

    Bij vraag “Wat is de verwerker van covid-19” het antwoord aanpassen naar:
    Het nieuwe humane coronavirus (severe acute respiratory syndrome coronavirus, SARS-CoV-2), behoort tot het species of Severe Acute Respiratory Syndrome related Coronavirus, genus beta-coronavirus, subgenus Sarbecovirussen, lineage B (Zhou 2019).

    Coronavirussen veroorzaken respiratoire infecties, soms met een enterale component, bij mensen en dieren.

    Tot deze groep behoort ook SARS-CoV dat in 2003 wereldwijd in verschillende regio’s voor uitbraken zorgde

  • Wat is de pathogenese?

    Het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2) is genetisch het meest verwant aan het SARS-coronavirus. Het maakt net als SARS gebruik van de ACE2-receptor. Deze komt onder andere op het alveolair epitheel voor, wat gezien wordt als de verklaring voor de predilectie van SARS voor replicatie in de lage luchtwegen (Haagmans 2020).

  • Wat is de incubatieperiode?

    2-14 dagen (gemiddeld 5-6 dagen, bij 99% van symptomatische infecties ontstaan klachten binnen 10 dagen).

  • Wat zijn de ziekteverschijnselen?

    Er wordt een breed palet aan klachten gemeld bij personen met COVID-19, waaronder:

    Veel voorkomende klachten: 

    • verkoudheidsklachten zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn
    • (licht) hoesten
    • plotseling verlies van of verminderde reukzin (hyposmie/anosmie) en smaakzin (dysgeusie/ageusie) (zonder neusverstopping)
    • benauwdheid
    • verhoging of koorts.
       

    Andere klachten die bij COVID-19 kunnen passen, soms in combinatie met bovenstaande klachten: 

    • algehele malaise, vermoeidheid
    • spierpijn
    • hoofdpijn
    • pijn achter de ogen; oculaire pijn
    • anorexie/verlies van eetlust
       

    Minder voorkomend zijn: 

    • koude rillingen
    • algehele pijnklachten
    • pijn bij de ademhaling
    • duizeligheid
    • schorre stem
    • prikkelbaarheid/verwardheid/delier
    • buikpijn
    • diarree; misselijkheid, overgeven
    • conjunctivitis
    • verschillende huidafwijkingen.
       

    De frequentie waarin deze symptomen worden gemeld, wisselt sterk per studie en de populatie die onderzocht is. Voor een overzicht van de literatuur zie hiervoor de bijlage Inhoudelijke onderbouwing t.b.v. symptomatologie COVID-19 en consequenties voor testen en maatregelen.

    Uit een meta-analyse blijkt dat de gastro-intestinale symptomen bij 15% van de patiënten voorkomt, met misselijkheid, overgeven, diarree en verminderde eetlust als de meest voorkomende symptomen. Patiënten met ernstige COVID-19 hadden frequenter gastro-intestinale symptomen in vergelijking met patiënten met niet-ernstige COVID-19 (Mao 2020). Een enkele keer is conjunctivitis bij COVID-19-patiënten beschreven (Aiello 2020). Ook de volgende huidafwijkingen zijn enkele keren beschreven: gegeneraliseerd maculair of maculopapulair exantheem (morbiliform), papulovesiculaire uitslag (blaasjes), urticaria, pijnlijke acra met rood/paarse papels (gelijkend op perniones ofwel wintertenen), livedo reticularis laesies en petechiae (Sachdeva 2020). 

    Waar in het begin van de pandemie voornamelijk de klassieke luchtwegklachten bij ernstig zieke COVID-19-patiënten als typerend voor het ziektebeeld COVID-19 werden beschouwd, wordt uit latere studies duidelijk dat ook niet-respiratoire symptomen het ziektebeeld COVID-19 kenmerken. Zo zijn anosmie/ageusie en koorts in alle studies onderscheidend en worden ook spierpijn, vermoeidheid en anorexie/verminderde eetlust genoemd. Verlies van reukzin is niet kenmerkend voor COVID-19 en andere coronavirussen, maar treedt ook op postviraal bij andere virussen (Hopkins 2020). In een deels retrospectieve case-controlstudie blijkt dat nieuw begonnen reuk- en/of smaakklachten significant vaker voorkomen bij COVID-19-patiënten dan bij influenzapatiënten (Beltran 2020), en soms ook als enige symptoom werden gezien bij personen met een positieve test (Vaira 2020). 

    De ernst van infectie is wisselend; van milde niet-specifieke klachten tot meer ernstige ziektebeelden met koorts (> 38 graden Celsius), benauwdheid, pneumonie, acute respiratoire stress syndroom en septische shock. Mogelijk zijn er ook personen die (bijna) geen klachten ontwikkelen, zie bijlage Inhoudelijke onderbouwing met betrekking tot a-, pre- en vroegsymptomatische transmissie SARS-CoV-2. De patiënten met complicaties worden onderverdeeld in ‘ernstige pneumonie’ als zij zuurstofbehoeftig zijn (circa 65% van de gevallen), ‘kritiek’ als ze beademing nodig hebben (circa 20%), of ‘fataal’ (circa 15% van de patiënten met pneumonie). 

    In een studie gebaseerd op cijfers van december 2019 tot en met augustus 2020 wordt geschat dat de mondiale case fatality rate (CFR) in juli-augustus 2020 varieert van 2,5% tot 4,1%, afhankelijk van de wijze van berekenen (Abou Ghayda 2020). Een ander onderzoek includeert gegevens van 82 landen en gebieden uit WHO situation reports uit februari en maart 2020 en schat de mondiale CFR op 4,2% (Wilson 2020). De samenstelling van een populatie (leeftijd, geslacht, comorbiditeit), kwaliteit en toegankelijkheid van zorg en testbeleid zijn onder andere van invloed op deze cijfers.

    Er is een significant verschil in CFR bij verschillende leeftijdsgroepen. Gebaseerd op cijfers uit Duitsland was deze in de periode van 6 juli t/m 6 september 2020 voor 35-59-jarigen 1%, voor 60-79-jarigen 2%, en voor 80-plussers 11% (Oke 2020).

    Het toepassen van de mondiale case fatality rates op de Nederlandse situatie vraagt enige voorzichtigheid. Op 27 september 2020 wordt een CFR van 5,9% vermeld voor Nederland op basis van cijfers van het ECDC (Our World in Data 2020). Echter, zoals gezegd is de schatting van de CFR sterk afhankelijk van factoren als geteste populatie, testincidentie, volledigheid en snelheid van rapportage en de casusdefinitie. Op het moment van het berekenen van de Nederlandse CFR was de testincidentie (1,76/1000 inwoners) en het aantal testen per bevestigde persoon (12,6) relatief laag ten opzichte van bijvoorbeeld Denemarken (8,65/1000 inwoners; 80,4) dat op 27 september 2020 een CFR van 2,5% heeft berekend. Vanwege deze verschillen zou dit zou een meer representatieve waarde kunnen zijn dan de Nederlandse CFR (COVID-19 Health System Response Monitor 2020).

    De infection fatality rate (IFR) is een maat waarbij wordt geschat hoe het aantal doden zich verhoudt tot het aantal geïnfecteerden (in plaats van het aantal bevestigde personen, zoals bij de CFR). Op basis van Nederlandse data ten aanzien van oversterfte en aantal SARS-CoV-2-besmette personen uit maart tot mei 2020 wordt geschat dat de IFR 1% is (Van Asten 2021). Elders wordt een IFR van 1,3% berekend voor Nederland in de periode maart tot en met juni 2020. Dit getal neemt toe boven de 65 jaar (RIVM 2020). Ter vergelijking, in Spanje is een IFR van 1,1% geschat op basis van de oversterfte en seroprevalentie van april tot medio juli 2020. Vanaf 50 jaar stijgt de IFR, waarbij het voor 80-plussers oploopt tot 6,5% voor vrouwen en 16,4 % voor mannen (Pastor-Barriuso 2020).

     

  • Wat is de besmettingsweg?

    De ziekte is van mens op mens overdraagbaar.

    Direct
    SARS-CoV-2 kan op meerdere manieren worden overgedragen, maar internationale consensus is dat overdracht voornamelijk plaatsvindt binnen een afstand van 1,5 meter via directe transmissie met druppeltjes afkomstig uit de luchtwegen (WHO 2020c; WHO 2021CDC 2021; ECDC 2020). Transmissie treedt op doordat de druppeltjes ingeademd worden of in de ogen, neus en mond terechtkomen.

    Deze druppeltjes kunnen variëren van grootte. Op verdere afstand van de besmette persoon worden de druppeltjes steeds verder uiteen gespreid en is de kans op infectie kleiner (Liu et al., 2016). Het is echter mogelijk dat in specifieke situaties de druppeltjes wel in grotere aantallen verder komen dan 1,5 meter, bijvoorbeeld als er hard geniest of gehoest wordt zonder de neus of mond af te schermen (Bourouiba 2014, 2020). Ook kunnen druppeltjes verder komen als er sterke luchtstromen zijn door bijvoorbeeld een airconditioning of ventilator (Lu et al. 2020; Kwon et al. 2020).

    Indirecte transmissie
    Aerogene transmissie kan (via de lucht over langere afstand en/of tijd) door virusdeeltjes die in de kleine druppeltjes (aerosolen) zitten in bepaalde omstandigheden plaatsvinden, zoals in ruimtes waar geen of te weinig ventilatie is en/of veel mensen- vooral voor een langere tijd- bij elkaar zijn, en zelfs nadat een besmettelijke persoon de ruimte al heeft verlaten (WHO 2021CDC 2021, Riediker & Tsai 2020).

    Vanwege de vele infectieuze aerosolen die vrijkomen via bepaalde medische procedures (WHO 2020a), bijvoorbeeld bij tracheale intubatie, wordt algemeen aangenomen dat zij tot een grotere kans op aerogene transmissie van SARS-CoV-2 kunnen leiden (Federatie Medisch Specialisten 2020). Overdracht van het SARS-CoV-2-virus via luchtkanalen van ventilatiesystemen is niet waargenomen.

    Zie voor achtergrondinformatie en literatuurreferenties de bijlagen ‘Aerogene transmissie SARS-CoV-2 (onderbouwing)’ en ‘Ventilatie en COVID-19’. 

    Er zijn aanwijzingen dat indirecte overdracht ook mogelijk is wanneer een persoon met de handen besmette oppervlakten en voorwerpen heeft aangeraakt waarop voldoende infectieus virus aanwezig is en daarna de mond, ogen of neus aanraakt (WHO 2020c, ECDC 2020f, Van Doremalen 2020). De kans op overdracht via oppervlakken en voorwerpen nabij een persoon met bevestigde COVID-19 lijkt groter dan in de publieke ruimte. De precieze rol is nog onduidelijk maar lijkt beperkt te zijn (ECDC 2020; Bedrosian et al. 2020; Guo et al. 2020; Yung et al. 2020; Ong et al. 2020).

    Of indirecte overdracht via fecaal-orale transmissie plaatsvindt is onzeker. Het virus is aangetroffen in feces van patiënten en rioolwater (WHO technical brief 2020; Giacobbo et al. 2021; Xiao et al. 2020; Tian et al. 2020; Wang W 2020, Xu 2020, Zhang 2020). Dit zal naar verwachting weinig bijdragen aan de overall transmissie.

    Lactatie
    Net als bij andere virale luchtweginfecties speelt transmissie van het virus via borstvoeding waarschijnlijk geen rol (standpunt FMS).

  • Is er iets bekend over de besmettelijke periode en besmettelijkheid?

    Als uitgangspunt voor bron- en contactonderzoek houden we de volgende besmettelijke periode aan:

    • Bij symptomatische infecties begint de besmettelijke periode 2 dagen voor de start van de klachten, en eindigt als de persoon 24 uur klachtenvrij is en minimaal 7* dagen na start van de symptomen.
    • Bij asymptomatische infecties begint de besmettelijke periode op de testdatum en eindigt 5 dagen na de testafname. Indien een asymptomatische index naar verwachting immuniteit heeft opgebouwd tegen SARS-CoV-2 (14 dagen of langer geleden een vaccinatieserie met een COVID-19-vaccin van Pfizer, Moderna of AstraZeneca afgerond; of 14 dagen of langer geleden 1 dosis van een van deze vaccins heeft gekregen na een doorgemaakte SARS-CoV-2-infectie; of 28 dagen geleden een COVID-19-vaccin van Janssen heeft gekregen; of COVID-19 doorgemaakt minder dan 6 maanden geleden) dan eindigt de besmettelijke periode 72 uur na de testafname.

    Exacte gegevens over de besmettelijke periode ontbreken. Een persoon is in het algemeen besmettelijk net voor en tot de eerste 5 dagen van de symptomatische fase.

    Resultaten uit casestudies, clusterstudies, retrospectieve en prospectieve cohortstudies en modelleringsstudies laten zien dat presymptomatische transmissie voorkomt. Resultaten uit deze studies laten zien dat er 1-5 dagen voor start van symptomen transmissie kan plaatsvinden. Echter, het is lastig goed te definiëren of iemand helemaal geen klachten had of milde of vroege symptomen. Daarnaast is er in de meeste studies geen directe virologische onderbouwing beschikbaar in de vorm van sequentiedata, virusneutralisatiestesten en/of viruskweken. De range waarin pre-symptomatische mensen mogelijk bijdragen aan de transmissie is nog niet met zekerheid vastgesteld. Ook niet in welke situatie en/of setting deze mogelijke transmissie zou kunnen plaatsvinden. Op basis van de huidige studies is de rol van zuiver asymptomatische personen nog onduidelijk.

    Bij niet-immuungecompromitteerde personen blijft SARS-CoV-2 in monsters van de luchtwegen aantoonbaar en kweekbaar tot 8-9 dagen na de start van symptomen in milde gevallen (Viroscience Erasmus MC 2020) (Wölfel 2020) (Cevik, Lancet, 2020). Bij ernstige ziekte waarvoor opname in het ziekenhuis nodig was, wordt er na 10 dagen nog bij sommige patiënten levend virus uitgescheiden, waarbij incidenteel tot 14 dagen of langer virus kon worden gekweekt.

    Bij immuungecompromitteerde personen blijft de viruskweek ook langer dan 1 week positief en deze kan zelfs bij ernstige patiënten die opgenomen waren nog 2-3 weken positief blijven. Het is niet bekend of bij immuungecompromitteerde personen met alleen milde klachten er ook langer dan 1 week nog levend virus wordt uitgescheiden. Bij ernstige immuunsuppressie, zoals stamceltransplantatie in de laatste 6 maanden, kan de viruskweek 2 maanden positief blijven na een ernstige infectie (Aydillo, NEJM, 2020). Er zijn aanwijzingen dat het ontstaan van een adequate serologische respons leidt tot het negatief worden van viruskweken (Viroscience, Erasmus MC). De periode dat PCR-testen positief blijven is langer dan dat er levend virus kan worden gekweekt. Een positieve PCR-testuitslag kan dus niet worden gebruikt om te bepalen of iemand nog infectieus is na het doormaken van COVID-19.

    Na het verdwijnen van de klachten kan het virus met PCR nog aantoonbaar blijven in feces (4-5 weken). De rol van verspreiding via fecaal-oraal contact is nog onduidelijk. Virus is gedetecteerd en gekweekt uit feces (Wang W 2020, Xu 2020, Zhang 2020). Dit zal naar verwachting weinig bijdragen aan de overall transmissie.

    Besmettelijkheid

    Exacte gegevens over de besmettelijkheid ontbreken. De infectieuze dosis van SARS-CoV-2 is nog onbekend. Het is daarom nog niet duidelijk of een persisterende positieve viruskweek gevonden na start van symptomen ook daadwerkelijk duidt op een persisterend infectierisico, zoals beschreven bij immuungecompromitteerde personen (Aydillo, NEJM, 2020).

    Wel is er bewijs dat de hoeveelheid virus die wordt aangetoond in patiënten het hoogst is rond het moment waarop de symptomen beginnen tot enkele dagen erna (He 2020, Kim 2020, Zou 2020). Dat betreft de periode van 1-2 dagen voor start van symptomen tot de eerste 5 dagen van ziekte (Cevik, Lancet, 2020). Zowel patiënten met milde als met ernstige klachten kunnen virus uitscheiden in de presymptomatische en symptomatische fase (Zhang 2020). Asymptomatische patiënten hebben mogelijk initieel vergelijkbare hoeveelheden virus in de bovenste luchtwegen, maar de uitscheiding daarvan duurt korter (Cevik, 2020). Op basis van de huidige studies is de rol van zuiver asymptomatische transmissie nog onduidelijk.

    Buiten het lichaam kan het virus maar kort overleven. Hoe lang dat precies is, is nu nog onbekend. Dit kan variëren van enkele uren tot enkele dagen. Dat is afhankelijk van bijvoorbeeld het soort oppervlakte, de temperatuur en de luchtvochtigheid. Er zijn aanwijzingen dat indirecte overdracht mogelijk is wanneer een persoon met de handen besmette oppervlakten en voorwerpen heeft aangeraakt waarop voldoende infectieus virus aanwezig is en daarna de mond, ogen of neus aanraakt (WHO 2020c, ECDC 2020f, Van Doremalen 2020). Er is geen bewijs dat mensen hierdoor besmet zijn geraakt (ECDC 2020b). De kans op overdracht via oppervlakken en voorwerpen nabij een persoon met bevestigde COVID-19 lijkt groter dan in de publieke ruimte, maar het is nog onduidelijk of dit een belangrijke of prominente rol speelt in de verspreiding (Guo 2020, Yung 2020, Ong 2020).

  • Wat zijn risicofactoren voor een ernstig beloop?

    Personen ouder dan 70 jaar
    Mensen die ouder zijn dan 70 jaar hebben een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19.

    Volwassenen (≥ 18 jaar) met onderliggende ziekten 
    Volwassenen met bepaalde onderliggende aandoeningen hebben ook een groter risico op een ernstig beloop van COVID-19. Het gaat om volwassenen met:

    • chronische afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen, die vanwege de ernst onder behandeling van een longarts zijn;
    • een chronische stoornis van de hartfunctie, die daardoor in aanmerking komen voor de griepprik;
    • diabetes mellitus: slecht ingestelde diabetes of diabetes met secundaire complicaties;
    • ernstige nieraandoeningen die leiden tot dialyse of niertransplantatie;
    • verminderde weerstand tegen infecties door medicatie voor auto-immuunziekten, na orgaan- of stamceltransplantatie, bij hematologische aandoeningen, bij (functionele) asplenie*, bij aangeboren of op latere leeftijd ontstane ernstige afweerstoornissen waarvoor behandeling nodig is, of tijdens en binnen 3 maanden na chemotherapie bij kankerpatiënten;
    • een onbehandelde hivinfectie of een hivinfectie met een CD4-getal < 200/mm3;
    • ernstig leverlijden in Child-Pugh classificatie B of C;
    • morbide obesitas (BMI > 40).

    Vanwege een mogelijk verhoogd risico op een secundaire pneumokokkenpneumonie en niet een verhoogd risico op ernstige COVID-19.

    Onder deze patiëntengroepen is er een aantal aandoeningen waarbij het risico op overlijden bij COVID-19 sterk verhoogd is, namelijk vergelijkbaar met dat van mensen rond de 70 jaar:

    • een hematologische maligniteit gediagnosticeerd in de afgelopen 5 jaar;
    • ernstig nierfalen c.q. (pre)dialyse;
    • een orgaan- of beenmergtransplantatie;
    • een primaire immuundeficiëntie;
    • het syndroom van Down;
    • neurologische aandoeningen waardoor de ademhaling gecompromitteerd is;
    • morbide obesitas (body mass index (BMI) >40).

    Zwangerschap
    Zwangeren hebben meer risico om ernstig ziek te worden van COVID-19 en zwangerschapscomplicaties te ontwikkelen. Dit geldt met name voor het derde trimester (≥28 weken) van de zwangerschap vanwege de mechanische beperking door de groeiende buik met als gevolg verkleining van de longcapaciteit, waardoor er vaker complicaties zoals een pneumonie optreden.

    Hoewel een ernstig verloop van COVID-19 bij vrouwen in de vruchtbare leeftijdsfase weinig voorkomt, hebben zwangeren met COVID-19 meer risico opgenomen te worden op de intensive care en is er bij hen vaker noodzaak tot invasieve beademing in vergelijking met leeftijdgenoten (NethOSS/NVOG).

    Extra risico op een ernstig beloop is aan de orde wanneer er sprake is van onderliggend lijden (pre-existente comorbiditeit) of van reeds bestaande zwangerschapscomplicaties. Daarnaast komen uit de literatuur verschillende risicofactoren voor een ernstig beloop naar voren zoals toenemende leeftijd van de zwangere.

  • DIAGNOSTIEK EN TESTBELEID

  • Testen van reizigers (naar het buitenland)

    Een testbewijs (negatieve testuitslag) heeft u nodig om te reizen als u geen vaccinatie- of herstelbewijs kunt krijgen.

    Vanaf 1 oktober 2021 kunt u zich niet meer gratis laten testen via testen voor je reis. U kunt zich laten testen via een zelfgekozen testlocatie, vanaf half oktober via een testaanbieder van de Stichting Open Nederland, of via de GGD bij klachten. 

    Test via zelfgekozen testlocatie:
    U kunt een afspraak maken bij een zelfgekozen testlocatie voor PCR-testen of antigeen(snel)testen. De kosten betaalt u zelf.

    • U krijgt de testuitslag via een e-mail of op papier.
    • Vraag bij het maken van een afspraak of u de uitslag kunt laten zien met CoronaCheck.
    • Plan uw afspraak op tijd in zodat u de uitslag heeft voor uw reis.

    Test via Stichting Open Nederland:

    U kunt vanaf half oktober ook een antigeen (snel)test laten doen bij een testaanbieder van de Stichting Open Nederland (Testenvoortoegang.org).

    • Met een negatieve uitslag kunt u een testbewijs maken die u laat zien met CoronaCheck.
    • Kies in de app voor de internationale code.

    Test via GGD bij klachten:

    U kunt ook de uitslag van een PCR-test bij de GGD laten zien met CoronaCheck. Kies in de app voor de internationale code. U kunt zich alleen laten testen bij de GGD als u klachten heeft. De GGD garandeert niet dat u de uitslag op tijd heeft.

  • Testbeleid GGD Zuid Limburg

    De GGD Zuid-Limburg is klaar om vanaf 1 juni alle mensen met klachten die wijzen op Covid-19 in onze regio te testen. Hiervoor zijn drie testlocaties ingericht:

    1. Geleen: Hofkamp 31, 6161 DC Geleen
    2. Maastricht: XL-testlocatie, Paul-Henri Spaaklaan 2, 6229 EN Maastricht
    3. Heerlen: Palemigerboord 401, 6412 TG Heerlen
    • Testen kan alleen op afspraak en gaat via het landelijke nummer: 0800 – 1202 of voor de regio Zuid Limburg via het regionale nummer: 088 880 5005. Dit nummer is gratis, bereikbaar 7 dagen per week van 08:00 tot 20:00 uur. Een burger kan ook online een testafspraak maken via www.coronatest.nl , hiervoor heeft de burger wel een Digid nodig.
    • Testen is bedoeld voor iedereen die klachten heeft passend bij het coronavirus, bijvoorbeeld: koorts/verhoging, hoesten, keelpijn, neusverkoudheid en/of kortademigheid. Ook bij minder typische klachten kan een test worden afgenomen.
    • Uit de test blijkt of iemand op dit moment besmet is met Covid-19 en niet of iemand eerder besmet is geweest.
    • Testen is gratis.
    • Voor het maken van de afspraken worden kort een aantal vragen gesteld o.a. over de aard van de klachten. Bij het maken van de afspraak wordt een BSN-nummer gevraagd ter identificatie. De burger krijgt dan de tijd en plaats waarop de test wordt afgenomen. Het streven is om de test zo snel mogelijk af te nemen.

    In onderstaande bron van het RIVM staat beschreven bij welke klachten het noodzakelijk is om te testen.

  • Testbeleid sneltesten GGD Zuid Limburg

    De GGD Zuid Limburg gebruikt geen antigeen(snel)testen meer. Als er een afspraak wordt gemaakt voor een coronatest betreft dit altijd een PCR-test.

  • Wat zijn adviezen met betrekking tot commerciële sneltesten?

    Antigeensneltesten laten snel en veelvuldig testen toe met een mogelijk hogere testbereidheid als gevolg. Maar antigeensneltesten zijn minder gevoelig dan reguliere PCR-testen en de LAMP-test. Antigeensneltesten hebben een lagere sensitiviteit dan een PCR-test; de specificiteit is goed. Dit betekent dat er weinig tot geen fout-positieve testuitslagen zijn, maar wel een grotere kans op fout-negatieve uitslagen.

    Een deel van de mensen die negatief getest zijn met een antigeensneltest kan dus toch besmettelijk zijn. Bij de antigeensneltest is daarom duidelijke communicatie nodig over de betekenis van een negatieve testuitslag en de noodzaak om bij verergering of ontstaan van klachten zich opnieuw te laten testen. Gezien het risico op fout-negatieve uitslagen bij een antigeen(snel)testen gaat de voorkeur uit om burgers via de GGD Zuid Limburg te laten testen.

    Er zijn meerdere antigeen sneltesten gevalideerd door ISO 15189 geaccrediteerde laboratoria in mensen met klachten. Elk laboratorium en elke aanvragende arts is zelf verantwoordelijk er op toe te zien dat de testen voor gebruik in specifieke doelgroepen (als ook in een teststraat) afdoende gevalideerd zijn. Daarnaast is er voor de commerciële aanbieders een meldingsplicht bij de GGD. Zie de bron voor meer informatie.

  • Wat is het advies mbt preventief testen bij opname?

    Ons advies aan VVT instellingen is om nieuwe patiënten voor opname 10 dagen in quarantaine te houden omdat een negatieve PCR test vlak voor opname weinig meerwaarde biedt en je besmetting daardoor nog steeds niet kan uitsluiten. 

    Indien de instelling toch wenst te testen vragen wij in deze situatie ook of de instelling eerst met de huisarts of de SO kan afstemmen. Indien dit lastig blijft, willen we als GGD wel blijven meedenken via verder overleg.

  • Bij welke klachten kan getest worden?

    Ons huidig beleid blijft laagdrempelig testen. Dit kan bij de meest voorkomende klachten (verkoudheidsklachten, plots geur/smaak verlies, kortademigheid, verhoging/koorts) maar ook bij minder specifieke COVID-19 symptomen zoals hoofdpijn, buikpijn, spierpijn, diarree en braken. Alhoewel deze laatste klachten een minder voorspellende waarde hebben kan een patiënt hiermee wel doorverwezen worden voor een test. Hieronder een aantal klachten op en rij waarmee een patiënt kan worden doorverwezen:

    • Koorts, koude rillingen
    • Hoesten
    • Neusverkoudheid, kortademigheid, schorre stem, pijn bij de ademhaling
    • Keelpijn
    • Algehele malaise, vermoeidheid, algehele pijnklachten
    • Oculaire pijn
    • Spierpijn
    • Hoofdpijn
    • Duizeligheid
    • Prikkelbaarheid, verwardheid, delier
    • Buikpijn
    • Anorexie/verlies van eetlust
    • Diarree, overgeven, misselijkheid
    • Verlies van of verminderde reukzin (hyposmie/anosmie) en smaakzin (dysgeusie/ageusie)
  • Wat is het advies van testen bij mensen met een verstandelijke beperking?

    Dit is afhankelijk van het klinische oordeel of de klachten verdacht zijn. Vanwege de kwetsbaarheid van de populatie kan hierbij laagdrempelig een test worden ingezet. Zeker bij cliënten met ernstige gedragsproblematiek / een gestoord oordeelsvermogen en mensen met ernstige meervoudige beperkingen (EMB). Deze zijn voor wat betreft COVID ook als risicogroep aangemerkt binnen instellingen vanuit het RIVM.

  • Beleid thuisbemonstering

    Indien iemand in aanmerking komt voor een test, maar niet in staat is om zelf naar de GGD teststraat te komen. Dan kan via de huisarts de test op locatie worden afgenomen. Wanneer testen bij de huisarts niet mogelijk is. Kan via het callcenter van de regionale GGD een thuisbemonstering aangevraagd worden. Voor de regio Zuid-Limburg kan hiervoor gebeld worden met 088-880 5005, optie 3.

  • Wat is op dit moment de testcapaciteit in Limburg?

    Op dit moment kunnen we iedereen uit Zuid-Limburg binnen één dag inplannen op een locatie in Zuid-Limburg. Daarna is de testuitslag binnen 24-48 uur beschikbaar. Vanwege het gebruik van meerdere laboratoria hebben we een ruime testcapaciteit. Echter kunnen er nog vertragingen optreden bij het invoeren van de uitslagen. Zorgmedewerkers en onderwijspersoneel kunnen met prioriteit worden getest, zij moeten dit bij aanmelding aangeven.

     

     

  • Is serologie beschikbaar?

    Er zijn diverse antistoftesten in ELISA-format ontwikkeld en geëvalueerd en beschikbaar voor diagnostiek. Er zijn testen voor IgM en IgG apart en testen die totaal Ig meten. Omdat het enige tijd duurt voor een antistof is opgebouwd, zijn deze testen pas toepasbaar vanaf 10 tot 14 dagen na start van klachten en optimaal vanaf een week of drie. De  antistofrespons lijkt minder te zijn bij mensen die milde klachten hebben gehad (rapportage taskforce serologie, 15 juli 2020). Hierdoor hebben ze maar beperkte toepassing voor acute patiëntenzorg of als ingang voor  bron- en contactonderzoek. Ook zijn er meerdere antistofsneltesten of point-of-care-testen ontwikkeld. In een gepoolde evaluatie door meerdere Nederlandse laboratoria, schieten deze testen tekort in gevoeligheid bij personen met milde klachten en bij recente klachten (rapportage taskforce serologie, 15 juli  2020).

    Antistofbepalingen kunnen een indicatie geven van een doorgemaakte infectie, maar geven geen uitsluitsel over beschermende immuniteit. Ook is nog niet bekend in hoeverre de aanwezigheid van antistoffen transmissie voorkomt.

  • Hoe worden de testen betaald?

    De testen voor zorgmedewerkers en patiënten zijn gratis waarvan de financiering voorlopig gegarandeerd wordt door diagnostiek openbare zorg en in overleg met het ministerie van VWS.

  • PREVENTIE EN MAATREGELEN EN MELDINGSPLICHT

  • Wat zijn de algemene preventieve maatregelen?

    Vanaf 1 juni moet iedereen in Nederland met één of meer van de volgende klachten thuisblijven:

    • verkoudheidsklachten zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn;
    • hoesten;
    • benauwdheid;
    • verhoging of koorts;
    • plotseling verlies van reuk en/of smaak (zonder neusverstopping).

    Iedereen met één of meer van de bovenstaande klachten kan zich laten testen. Zie de instructies van rijksoverheid.nl. Voor kinderen tot en met 12 jaar kunnen andere regels gelden, zie Handreiking bij neusverkouden kinderen. Voor de quarantaineregels zie www.rijksoverheid.nl/quarantaine.

    Omdat SARS-CoV-2 met name via druppels maar ook via handen wordt verspreid, zullen algemene hygiënemaatregelen zoals handen wassen, hygiëne bij het bereiden van voedsel en dranken, nies-/hoesthygiëne etc., nuttig zijn om de transmissie te voorkomen en de epidemie te beperken. Deze maatregelen zullen het krijgen van COVID-19 niet volledig kunnen voorkomen.

    Handhygiëne en reiniging conform de richtlijn Reiniging, desinfectie en sterilisatie in de openbare gezondheidszorg.

    Het onderstaand antwoord toevoegen bij de vraag “Wat zijn de algemene preventieve maatregelen?”:

    Vaccin tegen COVID-19

    Vanaf januari 2021 wordt de Nederlandse bevolking gefaseerd opgeroepen voor vaccinatie tegen COVID-19. Op 24 december 2020 is de Richtlijn Uitvoering COVID-19-vaccinatie 2021 gepubliceerd. In deze professionele richtlijn staan de kaders voor de uitvoering van COVID-19-vaccinatie en de medische informatie over de uitvoering. De richtlijn wordt met regelmaat geactualiseerd: COVID-19 is een nieuwe ziekte en diverse vaccins zijn in ontwikkeling. Zodra er een wijziging is, bijvoorbeeld naar aanleiding van uitkomsten van postmarketing surveillance, of als er een nieuw vaccin in Nederland beschikbaar is, zal de richtlijn worden aangepast. 

  • Wat zijn de maatregelen indien je recent besmet bent geweest en weer contact bent van een index?

    Voor contacten die recent zelf een infectie met SARS-CoV-2 hebben doorgemaakt (<8 weken geleden eerste ziektedag of positieve test), is het niet nodig om zonder klachten te testen en voor hen geldt geen quarantaineadvies.

     

  • Indien iemand positief is getest, wanneer mag diegene uit isolatie?

    Getest met klachten
    Bent u getest met klachten dan duurt de isolatie maximaal 14 dagen, geteld vanaf de datum dat u klachten kreegU mag eerder uit isolatie als u 24 uur geen klachten meer heeft die passen bij corona én het minimaal 7 dagen geleden is dat u klachten kreeg.

    Heeft u een verminderde afweer door ziekte of medicijnen, dan blijft u altijd 14 dagen in isolatie. U telt deze 14 dagen vanaf het begin van uw klachten.

    Getest zonder klachten
    Het kan zijn dat u géén klachten had toen u getest werd en ook geen klachten heeft gekregen. Dan duurt de isolatie 7 dagen, geteld vanaf de datum dat u werd getest.

    Krijgt u tijdens de isolatie toch klachten die horen bij corona, dan gelden de regels zoals die staan bij getest met klachten. U gaat dan een nieuwe isolatieperiode in en telt het aantal dagen vanaf de datum dat u klachten kreeg.

  • Vervoer van kinderen gedurende corona-crisis

    De basisregel is dat er tussen personen die niet tot hetzelfde huishouden behoren er afstand van minimum 1.5m gehouden dient te worden. Gebruik van privéauto’s van medewerkers voor het vervoeren van kinderen van de dagopvang is niet wenselijk.

    De ouders vervoeren hun kinderen zelf van en naar de opvang. Het is begrijpelijk dat dit niet voor elke ouder haalbaar is. Wanneer dit niet mogelijk is kunnen busjes worden ingezet zolang volgende uitgangspunten van toepassing blijven.

    Leerlingenvervoer in het primair onderwijs
    Mondkapjes
    Wat betekent de mondkapjesplicht voor het funderend onderwijs? De mondneusmaskers worden weer verplicht voor iedereen in het V(S)O en dit geldt nu ook voor alle volwassenen in PO en S(B)O. Leerlingen van groep 6, 7 en 8 wordt dringend geadviseerd om een mondneusmasker te dragen. Het mondneusmasker wordt gedragen wanneer zij zich voortbewegen in de school. Ook dragen zij een mondneusmasker bij verplaatsing tussen de school en de fietsenstalling of in het leerlingenvervoer.

    Leerlingenvervoer in het middelbaar onderwijs

    De ritten van het leerlingenvervoer gaan door. Hiervoor gelden de volgende regels:

    • De chauffeur doet voor de rit een gezondheidscheck bij de kinderen.
    • Leerlingen moeten zoveel mogelijk afstand bewaren tot de chauffeur.
    • Leerlingen dragen een mondneusmasker, tenzij voor de leerling een uitzondering geldt.
    • De chauffeur draagt een chirurgisch mondneusmasker.

    Besloten vervoer algemeen:
    Regels tegen verspreiding corona in touringcars
    Voor vervoer in touringcars gelden de volgende regels:

    • alle passagiers vanaf 13 jaar dragen een mondkapje;
    • een mondkapje is niet nodig als er maar 1 passagier is.

    Er geldt geen maximaal aantal passagiers in touringcars.

  • Wat zijn de preventieve maatregelen voor zorgmedewerkers?

    De maatregelen voor zorgmedewerkers wijken af van de maatregelen voor het algemene publiek om de continuïteit van zorg voor oudere en kwetsbare personen in stand te houden. Zorgmedewerkers met milde klachten hoeven niet thuis te blijven.

    Bij zorgmedewerkers is extra aandacht nodig voor:

    • toepassen handhygiëne;
    • geen handen geven;
    • hoesten en niezen in de elleboog;
    • papieren zakdoekjes gebruiken;
    • juist gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zoals schort, handschoenen, veiligheidsbril en masker (zie tabel).

    Intramurale patiënten dienen te worden verpleegd in een eenpersoonskamer met de deur dicht en op een intensive care op een isolatiekamer. Bij onvoldoende capaciteit is cohortering aangewezen van bekende positieve patiënten.

    Gebruik medische hulpmiddelen patiëntgebonden of gebruik disposables. 

    Persoonlijke beschermingsmiddelen

    Persoonlijk beschermingsmiddel

    Type*

    Opmerkingen

    Handschoenen

    Latex, nitril

    -

    Schorten: halterschort, schort lange mouwen, overal

    Spatwaterdicht

    -

    Veiligheidsbril: face-shield, ruimzichtsbirl, disposable bril

    Aanwezigheid oogbescherming aan zijkanten

    Desinfectie met alcohol 70% voor meermalig gebruik

    Maskers: ademhalingsbeschermingsmaskers

    FFP2/FFP1; op ieder masker vermelding CE met 4-cijferig nummer

    Bij aerosolvormende handelingen**: FFP2; indien niet aanwezig: FFP1

    Maskers: chirurgisch mondmasker

    IIR (niet vochtdoorlatend); vermelding IIR staat niet op masker, alleen op de doos

    Het mondneusmasker kan 3-4 uur achtereen gedragen worden (bij verschillende patiënten)

    * De vereiste NEN-normen staan beschreven in de WIP-richtlijnen persoonlijke beschermingsmiddelen.
    ** Bronchoscopie, cardiopulmonale reanimatie, tracheale intubatie, niet-invasieve beademing, handmatige beademing, optiflow, tracheostomie, handelingen aan het tracheostoma en uitzuigen.

  • Wat zijn de regels t.a.v. meldingsplicht?

    COVID-19 is per 28 januari 2020 aangemerkt als groep A-meldingsplichtige ziekte. Normaliter betekent dit dat al bij een vermoeden van de ziekte direct de GGD van de woon- of verblijfplaats van de bevestigde persoon geïnformeerd dient te worden. Omdat bij ongeveer 80% van de personen met COVID-19 de infectie (zeer) mild verloopt en men zich bij klachten direct kan laten testen (per 1 juni 2020) heeft het melden van een vermoeden van deze ziekte zijn functie verloren. 

    Voor de huidige epidemie geldt daarom tot nader order dat alleen bevestigde personen gemeld dienen te worden aan de GGD.

    Melding van een bevestigde persoon stelt de GGD in staat om maatregelen te nemen om verdere verspreiding tegen te gaan. Bij een groep A-meldingsplichtige ziekte coördineert de LCI de respons. De GGD meldt binnen 24 uur aan het CIb en levert gegevens voor de landelijke surveillance van meldingsplichtige ziekten.

    Ondanks dat COVID-19 een A-ziekte is, hoeft een vermoeden van een SARS-CoV-2-infectie niet gemeld te worden. Informeer wel de GGD bij een bevestigde persoon én indien iemand met COVID-19 komt te overlijden. De GGD zal contactonderzoek instellen.

    Als zich er in een instelling meerdere personen met klachten en symptomen passend bij COVID-19 zijn, kan er sprake zijn van meldingsplicht op basis van artikel 26 Wet publieke gezondheid (zie draaiboek Artikel 26-meldingen).

    Bevestigde persoon: iedereen bij wie door middel van gevalideerde PCR of andere nucleïnezuuramplificatietest of een in Nederland gevalideerde antigeen(snel)test een infectie met SARS-CoV-2 is vastgesteld. (Zie aanvullende informatie diagnostiek

    N.B. GGD’en kunnen in OSIRIS, het landelijke surveillancesysteem van meldingsplichtige ziekten van het CIb/RIVM, aangeven of het een herinfectie betreft. 

    De volgende definities worden hiervoor gebruikt:

    • 'Bewezen' herinfectie: persoon met een bevestigde SARS-CoV-2-infectie, met een symptoomvrije periode EN een periode van ten minste 8 weken na de eerste ziektedag* van een eerdere bevestigde SARS-CoV-2-infectie.
    • 'Mogelijke' herinfectie: persoon met een bevestigde SARS-CoV-2-infectie, met een symptoomvrije periode EN een periode van ten minste 8 weken na de eerste ziektedag* van een eerdere ziekteperiode waarbij een SARS-CoV-2-infectie waarschijnlijk was, omdat de persoon nauw contact was (categorie 1 of 2) van een index met een bevestigde SARS-CoV-2-infectie. 

    * Of na de datum van testen als de 1e ziektedag ontbreekt.

    De periode van 8 weken na de eerste ziektedag (of na de datum van testen als de 1e ziektedag ontbreekt) is gebaseerd op de waarschijnlijkheid dat de positieve test daadwerkelijk een herinfectie is. Deze grens van 8 weken wordt momenteel nog niet onderbouwd door uitgebreide literatuur. Soms treden herinfecties na een kortere klachtenvrije periode op, met bijvoorbeeld verschillende virus-lineages (zie paragraaf Maatregelen naar aanleiding van een geval). Voorlopig houden we echter de grens van 8 weken aan voor het melden van een herinfectie in OSIRIS. Dit beleid kan herzien worden indien nieuwe wetenschappelijke inzichten hiervoor aanleiding geven.

  • Is een positieve serologie op covid-19 (antistoffen) meldingsplichtig?

    Het RIVM adviseert het volgende betreffende meldingsplicht van positieve covid-19 serologische testuitslagen: “Patiënten met een positieve serologische testuitslag zijn niet meldingsplichtig omdat de melding doorgaans te laat is om nog zinvol actie te ondernemen en bron- en contactonderzoek (BCO) op te starten. In de gevallen waarbij BCO nog wel zinvol is, kan altijd contact met de regionale GGD worden opgenomen. Dit kan bijvoorbeeld bij patiënten met eerder geen positieve PCR en op het moment van de (positieve) serologische test nog wel COVID klachten. BCO wordt pas opgestart bij een positieve PCR-test.

    De precieze meerwaarde van serologische diagnostiek naar COVID-19 in de huisartsenpraktijk is echter nog onduidelijk. Een deel van de patiënten met milde klachten lijken nauwelijks of geen antilichamen te vormen en bij sommige patiënten verdwijnen antilichamen na enige tijd. Ook bestaat er nog steeds onzekerheid over de correlatie tussen de aanwezigheid van antilichamen en immuniteit tegen re-infectie. Indien er toch gekozen wordt voor serologische diagnostiek wordt aangeraden dit te doen via een vertrouwd laboratorium, niet eerder dan 10 dagen na de eerste ziektedag en bij voorkeur pas na 3 tot 4 weken en de uitslag te laten interpreteren door een medisch microbioloog.

  • Wat zijn de regels t.a.v. contacten?

    Contacten worden onderscheiden in drie categorieën: 1. huisgenoten; 2. overige nauwe contacten; en 3. overige (niet nauwe) contacten.

    1. Huisgenoten zijn contacten die in dezelfde woonomgeving leven en langdurig op minder dan 1,5 meter afstand contact hadden met de bevestigde persoon.
    2. Als overige nauwe contacten worden beschouwd:
      2a. Personen die in totaal (binnen 24 uur) langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter afstand contact hadden met de bevestigde persoon tijdens diens besmettelijke periode. Personen die een melding vanuit de CoronaMelder-app hebben gekregen worden als overige nauwe contacten beschouwd. Voor vliegtuig-, bus- en treincontacten is verderop in dit protocol uitgewerkt wie van de passagiers en bemanningsleden voldoen aan de definitie overige nauwe contacten. 
      2b. In omstandigheden waarbij er een hoogrisicoblootstelling was van korter dan 15 minuten (bijvoorbeeld in het gezicht hoesten, of direct fysiek contact zoals zoenen) wordt deze persoon ook als ‘overig nauw contact’ beschouwd.
    3. Als overige (niet nauwe) contacten worden beschouwd:
      3a. Personen die langdurig contact (langer dan 15 minuten) hadden met de bevestigde persoon op meer dan 1,5 meter afstand in dezelfde ruimte, bijvoorbeeld op kantoor, in de klas of tijdens vergaderingen.
      3b. Personen die op minder dan 1,5 meter contact hadden met de bevestigde persoon tijdens diens besmettelijke periode gedurende minder dan 15 minuten (waarbij geen sprake was van hoogrisicoblootstelling, zie 2b).

    De maatregelen en adviezen verschillen per type contact.

    Type contact

     

    Huisgenoten

    (categorie 1)*

    • Quarantaine 10 dagen
    • Testen bij klachten: zelftest of test bij GGD**
    • Z.s.m. testen: zelftest of test bij GGD
    • Testen dag 5 na laatste blootstelling (voor opheffen quarantaine): test bij GGD
    • Houd afstand, vermijd grote groepen en contact met kwetsbaren tot 10 dagen na het laatste contact met de besmettelijke huisgenoot

    Overig nauw contact

    (categorie 2)*

    • Quarantaine 10 dagen
    • Testen bij klachten: zelftest of  test bij GGD**
    • Z.s.m. testen: zelftest of test bij GGD
    • Testen dag 5 na laatste blootstelling (voor opheffen quarantaine): test bij GGD
    • Houd afstand, vermijd grote groepen en contact met kwetsbaren tot 10 dagen na de laatste blootstelling

    Overig niet nauw contact

    (categorie 3)

    • Informeren en testadvies:***
      • Testen bij klachten: zelftest of test bij GGD **
      • Z.s.m. testen: zelftest of test bij GGD
      • Zelftest of test bij de GGD op dag 5 na laatste blootstelling

    * Voor contacten die recent zelf een infectie met SARS-CoV-2 hebben doorgemaakt (<8 weken geleden eerste ziektedag of positieve test), is het niet nodig om zonder klachten te testen en voor hen geldt geen quarantaineadvies.
    ** Voorwaarde voor het gebruik van zelftesten bij klachten is dat deze personen niet kwetsbaar zijn en niet in aanraking komen met kwetsbare mensen.
    ***I.v.m. de beschikbare testcapaciteit en een hogere prioriteit van het testen van mensen met klachten en categorie 1- en 2-contacten, worden de categorie 3-contacten vooralsnog geïnformeerd zonder dit testadvies. Voor hen gelden de algemene testadviezen die gelden in Nederland.

    Zorgmedewerkers

    Voor deze groep mensen gelden andere adviezen. De algemene zijn te vinden in onderstaande links, echter is het altijd verstandig om contact op te nemen met uw werkgever.

  • Hoe pas ik de ‘klachtenvrije’ richtlijn toe bij predominante chronische klachten?

    Pragmatisch gezien adviseren wij te kijken naar de veranderingen t.o.v. baseline. Indien andere klachten zijn verdwenen maar de reeds bestaande chronische klachten op dezelfde manier/intensiteit aanwezig zijn, is het aannemelijk om te veronderstellen dat de patiënt voor dit behandelingsdoel klachtenvrij is. Het is niet realistisch om mensen met chronische klachten maanden een maatregel op te leggen of noodzakelijke behandeling te ontzeggen.

    Wanneer iemand positief is getest op covid-19 en last heeft van aanhoudende hoestklachten, mag de isolatie opgeheven worden indien de hoestklachten ten minste 24 uur sterk zijn afgenomen EN 48 uur koortsvrij EN minimaal 14 dagen na start van symptomen.

  • Bron- en contactopsporing

    Bron- en contactonderzoek (BCO) is nodig om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Iedereen die positief getest is op Covid-19 wordt door een medewerker van de GGD gebeld. Tijdens dit gesprek ontvangt de patiënt richtlijnen en stellen wij een aantal vragen.

    Belangrijk is het om te weten dat de besmettelijke periode 2 dagen voor start van de klachten begint en eindigt als de patiënt 24 uur geheel klachtenvrij is. Een besmet persoon mag weer uit isolatie als deze 24 uur geen klachten meer heeft die passen bij COVID-19 én het minimaal 7 dagen geleden is dat men ziek werd. Of nog klachten heeft maar deze zijn sterk afgenomen na minimaal 7 dagen én 48 uur koortsvrij is.

    Het huidige BCO wordt ‘op maat’ uitgevoerd. Afhankelijk van een risico-inschatting worden hierbij twee manieren van uitvoering van het BCO onderscheiden:

    • Standaard BCO: de GGD heeft contact met de index en inventariseert, registreert en informeert de huisgenoten. Het inventariseren en informeren van overige nauwe contacten wordt door de index gedaan.
    • Uitgebreid BCO: de GGD heeft contact met de index, de contactinventarisatie en registratie wordt door de GGD (samen met de index) gedaan, en de GGD informeert de overige nauwe contacten

    Het uitgangspunt zal hierbij zijn dat de GGD met iedere index in ieder geval éénmalig (telefonisch) contact heeft. Dit gesprek is van belang voor het brononderzoek, het verzamelen van surveillancedata en het starten van contactonderzoek. Het brononderzoek en het signaleren van clusters wordt in een fase met een lage prevalentie belangrijker. Voor het monitoren van de vaccineffectiviteit is registreren van contactdossiers van huisgenoten (categorie 1) door de GGD van belang.

    Het inventariseren en informeren van de contacten kan vaak door de index zelf gedaan worden (standaard BCO). Indien de index dit niet kan doen, of wanneer de index of contacten tot specifieke risicogroepen behoren of er bijzondere settings zijn, dan zal de GGD zelf de contacten informeren en een uitgebreid BCO verrichten.

  • BEHANDELING & VACCIN

  • Is er een medicijn tegen corona?

    In de strijd tegen het coronavirus zijn medicijnen belangrijk. De medicijnen kunnen iemand die ziek is beter maken, of de symptomen van de ziekte verminderen. Een paar medicijnen zijn al goedgekeurd om tegen het coronavirus te gebruiken. En er lopen onderzoeken naar verschillende andere medicijnen tegen het coronavirus.

    Tot nu zijn er 3 medicijnen goedgekeurd voor de behandeling van COVID-19 door het cbg-meb.

    • Remdesivir
    • Dexamethason
    • Monoklonale antilichamen

    Voor meer informatie over de toepassing zie de links hieronder

    Op basis van de gegevens die er op dit moment wel zijn, worden medicamenteuze behandelopties besproken voor patiënten die opgenomen zijn met COVID-19 vanwege ernstige symptomen van ziekte. Zie het voorlopige advies Medicamenteuze behandelopties bij patiënten met COVID-19 dat door de Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid (SWAB) wordt beheerd.

    In onderstaande bron van de NHG vindt u meer informatie over voorlichting, niet-medicamenteuze adviezen en medicamenteuze behandeling.

  • Zorgen NSAID’s (zoals ibuprofen, diclofenac, naproxen) voor ernstigere klachten bij een infectie met het nieuwe coronavirus?

    Op dit moment zijn dit speculaties die geen wetenschappelijke basis hebben. Dit wordt nu verder onderzocht. Toch is het beter om bij koorts paracetamol te nemen. Niet omdat ibuprofen een corona-infectie verergert, maar omdat paracetamol beter werkt tegen koorts en het geeft minder bijwerkingen dan NSAID’s.

  • Helpen paracetamol, ibuprofen of andere medicijnen tegen het nieuwe coronavirus?

    Er is (nog) geen medicijn tegen het nieuwe coronavirus. Paracetamol en ibuprofen helpen niet om van het virus te genezen, maar kunnen klachten van koorts, keelpijn en malaise verminderen. Er is nu geen bewijs dat het gebruik van paracetamol of ibuprofen (of diclofenac, of naproxen, zogenoemde NSAID’s) de ziekte door het virus juist verergeren. Paracetamol heeft de voorkeur, want dat geeft de minste bijwerkingen.

  • OVERIG