Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

kennisplatform

Huisartsenzorg

Coronavaccinatie
  • EERSTELIJNS VITALITEITSPROGRAMMA  VOOR  POSTINTENSIVECARE PATIËNTEN  EN  NAASTEN

  • Is er een rehabilitatie programma voor post IC-patiënten Covid?

    Het vitaliteitsprogramma is gebaseerd op de integrale gezondheidszorg, waarbij de focus ligt op gezondheidsbevordering in plaats van alleen ziektebestrijding. De nadruk ligt op positieve gezondheid waarbij ingezet wordt op veerkracht en
    groei en niet zozeer op beperkingen. Mensen worden weer in hun kracht gezet en krijgen regie over hun leven. Het ervaren van welbevinden is een belangrijk streven.

    klik op onderstaande brief voor het vitaiteitsprogramma

  • PRAKTISCHE MAATREGELEN IN DE HUISARTSENPRAKTIJK

  • Wat zijn praktische maatregelen in de huisartsenpraktijk in de mitigatiefase?

    Adviezen hoe huisartsen in deze fase het beste om kunnen gaan met patiëntenstromen met koorts of luchtwegklachten heeft de LHV in afstemming met het NHG en het RIVM uitgewerkt in een praktische richtlijn voor huisartsen. Ter oriëntatie kunt u de LHV Toolkit Uitbraak Infectieziekten raadplegen. Concrete adviezen zullen moeten worden uitgewerkt op regionaal niveau, aangezien ze afhankelijk zijn van de mogelijkheden in de praktijken/regio’s.

    Te denken valt aan het organiseren van aparte, ruim geplande spreekuren voor patiënten met luchtwegklachten. Het opschorten van reguliere niet spoedeisende zorg; Het annuleren van inloopspreekuren; Een extra telefoonlijn voor Coronavirus gerelateerde vragen; Aanpassing van het deurbeleid; patiënten niet binnen laten zonder afspraak of voor het ophalen van verwijsbrieven; Communiceren met patiënten via beeldbellen zal in sommige praktijken een mogelijkheid zijn. Houd de berichtgeving via uw huisartsengroep, zorggroep en andere bekende kanalen in uw regio in de gaten (GGD, crisisteams).

     

  • Hoe te handelen bij een patiënt met luchtwegklachten in de praktijk?

    Aanbeveling PBM bij (vermoeden van) COVID-19

    Gebruik bij (vermoeden van) COVID-19 in alle gevallen:

    • minimaal een chirurgisch mondneusmasker type IIR
    • wegwerphandschoenen
    • een beschermende bril of face shield
    • een beschermend schort/doktersjas.
      Een wegwerpschort met lange mouwen, een halterschort over kleding met korte mouwen, een doktersjas die de bovenkleding bedekt, dit alles in combinatie met goede handhygiëne, mits de doktersjas na gebruik wordt gewassen op 60 graden.

    Aanvullende adviezen ‘corona-spreekuur’

    • Gebruik een FFP2-masker:
      • bij aerosolvormende handelingen*
      • bij behoefte aan een masker met een betere pasvorm
      • in situaties waarbij er mogelijk een verhoogd risico is op het vrijkomen van zeer kleine druppeltjes, zoals bij langdurige blootstelling op een korte afstand aan een hoestende patiënt met bevestigde infectie.

    Specifieke situaties op basis van lokale of persoonlijke omstandigheden kunnen een reden zijn om voor een FFP2 masker te kiezen in plaats van een chirurgisch mondneusmasker IIR.

    • Gebruik een mondneusmasker maximaal 3 uur aaneengesloten en gooi het daarna weg; verwissel het eerder als het nat is geworden.
    • Gebruik het schort en de veiligheidsbril gedurende het gehele luchtwegspreekuur.
    • Wissel na elk consult de handschoenen.
    • Pas handhygiëne toe na uittrekken handschoenen (na elke patiënt)
    • Zet de patiënt een chirurgisch mondneusmasker op.
  • Hoe ziet het hygiëneprotocol voor reinigen van instrumentaria en onderzoeksbank eruit bij het luchtwegspreekuur?
    • Geadviseerd wordt om aansluitend aan het luchtwegspreekuur de spreekkamer schoon te maken: reinig en desinfecteer de onderzoeksbank, stoel van de patiënt en de deurklink (zie Reiniging en desinfectie van ruimten, meubilair en voorwerpen).
    • Aangezien reiniging/desinfectie aansluitend aan het spreekuur verricht wordt, kan degene die het spreekuur heeft uitgevoerd en PBM draagt vast de onderzoeksbank, stoel van de patiënt en de deurklink reinigen en desinfecteren. Laat bijvoorbeeld een collega de schoonmaakspullen aangeven. Het is natuurlijk aan de praktijk om hier afspraken over te maken.
    • Na schoonmaken ruimte extra goed ventileren.
    • Ruimte verlaten en buiten de spreekkamer PBM uitdoen.
    • Als het reinigen en desinfecteren niet gebeurt door degene die het spreekuur met PBM heeft uitgevoerd, ventileer dan alvorens de spreekkamer te betreden. Draag in elk geval wegwerphandschoenen en een niet-vocht-doorlatend halterschort. Reinig en desinfecteer de onderzoeksbank, stoel van de patiënt en de deurklink (zie Reiniging en desinfectie van ruimten, meubilair en voorwerpen).

     Klik op onderstaande links voor informatie over het ‘schoonmaken van de spreekkamer na het luchtwegspreekuur’ en instructies voor ‘het reinigen en desinfecteren van ruimten, meubilair en voorwerpen’.

  • Moeten patiënten in de wachtkamer mondkapjes dragen?

    Verzoek iedereen die de praktijk binnengaat een (niet medisch) mondneusmasker te gebruiken en de handen te desinfecteren.

  • BEOORDELING VAN PATIËNTEN

  • Is er een stroomschema / stappenplan voor fysieke beoordeling op COVID-19 voor huisartsen?

    Klik op onderstaande bron voor het stroomschema voor fysieke beoordeling, beleid en vervolgafspraken. Indien uit dit schema blijkt dat het palliatieve traject gestart dient te worden, zie dan het antwoord bij de vraag ‘Wat is het protocol ACP en Pallatieve zorg bij COVID voor huisartsen?

  • Hoe te handelen bij klinische beoordeling?

    Als de patiënt klinisch beoordeeld moet worden gebruik dan persoonlijke beschermingsmiddelen geïndiceerd voor druppel- en contactisolatie. Welke persoonlijke beschermingsmiddelen aangeraden worden, kunt u lezen bij 'Extra informatie over persoonlijke beschermingsmiddelen'.

    Overweeg om de patiënt, zodra u bent gearriveerd, een chirurgisch mondneusmasker op te zetten als de patiënt fors hoest. Pas na het uittrekken van de persoonlijke beschermingsmiddelen altijd handhygiëne toe. Voer alle disposables na gebruik af als restafval in een goed afgesloten plastic zak. Reinig en desinfecteer het niet-disposable instrumentarium en de beschermende bril. Was beschermende kleding voor meermalig gebruik op een temperatuur van ten minste 60 °C.

  • Triage thuisbehandeling versus verwijzen naar het ziekenhuis bij oudere patiënt met (verdenking) COVID-19

    Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG), de Nederlandse Vereniging voor Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA), de Vereniging voor Specialisten Ouderengeneeskunde (Verenso), de Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) en een afgevaardigde van de KBO-PCOB en mede namens de Patiëntenfederatie Nederland (PFNL) en Alzheimer Nederland hebben een handige leidraad geschreven. Deze leidraad biedt concrete aandachtspunten en besluitvormingscriteria voor de verwijzing en behandeling van patiënten met een (verdenking) COVID-19.

  • Waar moet ik aan denken bij het afspreken van controles?
    • Het is belangrijk om in alle gevallen het beloop te monitoren en bij verslechtering contact op te nemen. Patiënten met een (mogelijke) besmetting met COVID-19 kunnen zelfs na 8 dagen (range 5 – 13 dagen) alsnog verslechteren (Bron: CDC).
    • Overleg met de patiënt hoe vaak contactmomenten nodig zijn.
    • Overweeg proactief (dagelijks) contact met patiënten waarbij u een vermoeden hebt op COVID-19 die tot een risicogroep behoren, in elk geval tot 7-8 dagen na het begin van de symptomen. Dit geldt ook voor zieke patiënten die niet tot de risicogroep behoren.
  • Wat is het advies t.a.v. spirometrie tijdens pandemie coronavirus?

    Door de sterke toename van het aantal COVID-19 besmettingen in Nederland is het advies ten aanzien van spirometrie in de eerste lijn per direct aangepast. Dit advies is tot stand gekomen op initiatief van de NHG-Expertgroep CAHAG in overleg met het NHG en de NVALT.

    De huidige adviezen zijn:

    • Verricht geen spirometrie in de huisartsenpraktijk. 
    • Wees terughoudend met het doorverwijzen van patiënten voor een spirometrie. Gebruik deze mogelijkheid alleen als dit klinisch noodzakelijk is en in goed overleg met de longarts.
    • Behandel voorlopig de patiënten met een sterk vermoeden op astma en COPD als zodanig (zie NHG-Standaard Astma en COPD.)
    • Verricht op een later tijdstip alsnog diagnostiek. 
    • Probeer zoveel mogelijk de zorg voor patiënten met astma en COPD door te laten gaan. Adviezen ten aanzien van de praktische invulling hiervan zijn te vinden in het CAHAG-standpunt astma/COPD-zorg en spirometrie in de huisartsenpraktijk.

    De adviezen ten aanzien van spirometrie buiten de piekprevalentie van COVID zijn hiermee momenteel komen te vervallen, maar zijn wel na te lezen in het NHG-Advies Spirometrie buiten de piekprevalentie coronavirus

  • Wat is geregeld t.a.v. Advance care planning?
    • Overweeg kwetsbare patiënten in de praktijk pro-actief te benaderen om te achterhalen of zij hulp nodig hebben en of zij in geval van ziekte nog ziekenhuisopname/IC opname/reanimatie wensen. Benadruk hierbij dat ook indien een patiënt niet op de IC komt goede zorg binnen of buiten het ziekenhuis mogelijk is.
    • Noteer de wensen in het HIS onder A20
    • Bespreek zo nodig ook of het LSP open gezet mag worden.

     

  • Is er een ICPC-code voor het coronavirus?

    DE ICPC-code voor het coronavirus is: R83.03 SARS-CoV-2 (COVID-19).

    Trefwoorden waarop gezocht kan worden:

    • Sars
    • Corona
    • Covid
  • Bij wie en binnen welke termijn dient een overlijden n.a.v. Covid-19 gemeld te worden?

    Als een patiënt met een bevestigde COVID-19 overlijdt in de thuissituatie, moet dit gemeld worden aan de GGD. Dan wordt het overlijden in de registratie verwerkt.

    Als een patiënt in de thuissituatie overlijdt waarbij alleen een vermoeden bestaat op COVID-19 maar waarbij dit niet bevestigd is, wordt dit genoteerd in het medisch dossier van patiënt en tevens doorgegeven aan de GGD.

  • Hoe pas ik de ‘klachtenvrije’ richtlijn toe bij predominante chronische klachten?

    Pragmatisch gezien adviseren wij te kijken naar de veranderingen t.o.v. baseline. Indien andere klachten zijn verdwenen maar de reeds bestaande chronische klachten op dezelfde manier/intensiteit aanwezig zijn, is het aannemelijk om te veronderstellen dat de patiënt voor dit behandelingsdoel klachtenvrij is. Het is niet realistisch om mensen met chronische klachten maanden een maatregel op te leggen of noodzakelijke behandeling te ontzeggen.

    Wanneer iemand positief is getest op covid-19 en last heeft van aanhoudende hoestklachten, mag de isolatie opgeheven worden indien de hoestklachten ten minste 24 uur sterk zijn afgenomen EN 48 uur koortsvrij EN minimaal 14 dagen na start van symptomen.

  • PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN (PBM)

  • Wat zijn de adviezen voor aan- en uittrekken van persoonlijk beschermingsmateriaal?

    Klik op onderstaande link voor een overzichtelijk stappenplan voor het aan- en uittrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM).

  • PBM bij kinderen

    Op basis van de meldingen van GGD’en blijkt dat kinderen van 0 t/m 17 jaar 14.9% van de gemelde patiënten vanaf 6 januari 2021 t/m 12 april 2021 met COVID-19 vertegenwoordigen, terwijl zij 20.7% van de totale bevolking uitmaken.

    Het NHG komt, in afstemming met het RIVM, tot onderstaande adviezen voor kinderen met klachten passend bij COVID-19 t.a.v. het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen:

    PBM bij kinderen met klachten passend bij COVID-19

    • Gebruik bij kinderen met klachten passend bij COVID-19, net als bij volwassenen, PBM voor druppel- en contactisolatie (volledige PBM).  
    • Een uitzondering zijn kinderen tot 4 jaar met verkoudheidsklachten (loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn) zonder koorts en/of benauwdheid en/of hoesten. Zij kunnen met preventief mondneusbescherming (alleen chirurgisch mondneusmasker type IIR) gezien worden indien:
      • ze géén contact zijn van een bevestigde COVID-19 patiënt én
      • ze géén huisgenoot hebben met klachten passend bij COVID-19 in combinatie met koorts en/of benauwdheid.
  • Welke PBM moet een huisarts gebruiken?

    PBM beschermen de huisarts tegen besmetting door patiënten. Gebruik PBM bij patiënten met luchtwegklachten en koorts verdacht voor COVID-19. Bij alle andere patiënten in de eerste lijn zijn geen PBM nodig naast de gebruikelijke hygiëneadviezen.

    • Zet de patiënt die hoest een chirurgisch mondneusmasker op
    • PBM:
      • Goed afsluitbare bril
      • FFP1/FFP2 masker *
      • Niet-steriele handschoenen
      • Schort met lange mouwen
      • Wissel na elk consult de handschoenen. Pas handhygiëne toe na uittrekken handschoenen (na elke patiënt).
      • Gebruik het masker maximaal 3 uur aaneen: verwissel het eerder als het nat geworden is.

    * Gebruik een FFP2 bij aerosolvormende handelingen (vernevelen, zuurstoftoediening via een non-rebreathing mask en reanimatie), bij andere handelingen voldoet een FFP1 masker

  • Advies voor huisartsen die vraag krijgen over medische verklaring voor het wel/niet dragen van een mondkapje

    Advies om deze niet te verstrekken. Op plekken waar het dragen van een mondkapje verplicht is, wordt een dergelijke verklaring niet algemeen aanvaard. Dit betreft ook plekken waar het dusdanig druk is dat kwetsbare groepen die om een medische reden geen mondkapje kunnen dragen, ook geadviseerd deze plekken te vermijden. Handhavers treden eventueel flexibel op wanneer een patiënt aannemelijk kan maken dat hij om medische redenen geen mondkapje kan dragen.

  • PBM voor zorgmedewerkers na vaccinatie tegen COVID-19

    De uitgangspunten voor het dragen van PBM gelden ook voor zorgmedewerkers die tegen COVID-19 gevaccineerd zijn. Vaccinatie tegen COVID-19 geeft geen volledige bescherming, tevens is de duur van de bescherming nog onbekend. Ook is er nog onvoldoende bekend of iemand SARS-CoV-2 kan verspreiden na gevaccineerd te zijn tegen COVID-19. Vaccinatie vormt op dit moment daarom geen reden om gebruik van PBM achterwege te laten.

  • Is het noodzakelijk PBM te dragen in ‘schone’ praktijken?

    PBM bij patiënten zonder (vermoeden van) COVID-19

    Vanwege de hoge prevalentie COVID-19 in Nederland wordt in aanvulling op de basisset algemene preventieve adviezen (triage, 1,5m afstand, hygiëneadviezen, thuisblijven & testen bij klachten) het preventief gebruik van mondneusbescherming in de non-COVID-zorg geadviseerd. Lees meer in het achtergronddocument ‘Preventief gebruik PBM bij patiënten zonder (vermoeden van) COVID-19

    Aanbevelingen PBM bij patiënten zonder (vermoeden) van COVID-19

    • Gebruik bij patiënten zonder vermoeden van COVID-19 preventief mondneusbescherming tijdens het spreekuur.
      • Draag uw gehele werkdag (continu preventief) een chirurgisch mondneusmasker IIR.
      • Gebruik een mondneusmasker maximaal 3 uur aaneengesloten; verwissel het eerder als het nat is geworden.
    • Gebruik bij risicovolle handelingen1 en bij procedures die een groot risico op druppelvorming/spatten naast een chirurgisch mondneusmasker type IIR tevens een beschermende bril of een face shield (bij voorkeur in combinatie met beschermende schort en wegwerphandschoenen).
    • Overweeg tijdens een spreekuur standaard een doktersjas te dragen, mits deze na gebruik (aan het eind van het spreekuur) wordt gewassen op 60 graden).
    • Adequate basis-hygiënische maatregelen blijven onverminderd van belang.

    [1] Definitie risicovolle handelingen

    Risicovolle handelingen zijn diagnostische of therapeutische handelingen waarbij de zorgverlener met hoge frequentie zeer dicht (<30 cm) bij het gelaat van de patiënt komt. In het bijzonder als bovendien de kans bestaat op contact met slijmvliezen in het mond-, neus-, keelgebied of waarbij handelingen hoesten of niezen mogelijk uitlokken. (Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting vanwege SARS-CoV-2 van FMS).

    Aan bovenstaande adviezen liggen de volgende overwegingen ten grondslag:

    • Met triage op klachten blijken in de huisartsenpraktijk, om uiteenlopende redenen, een deel van de symptomatische personen (of personen met een recent risicocontact COVID-19) niet geïdentificeerd.
    • Met het stijgen van de prevalentie wordt de kans op het treffen van een pre- of asymptomatische persoon met COVID-19 hoger.
    • Huisartsen hebben veel contacten per dag met verschillende patiënten (o.a. patiënten die behoren tot een risicogroep voor een gecompliceerd beloop). De handelingen die huisartsen verrichten zijn divers van aard en variëren van weinig risico op transmissie tot risicovolle handelingen afhankelijk van de aard van de handeling en de intensiteit van het contact.
  • PBM bij patiënten zonder (vermoeden van) COVID-19

    Vanwege de hoge prevalentie COVID-19 in Nederland wordt in aanvulling op de basisset algemene preventieve adviezen (triage, 1,5m afstand, hygiëneadviezen, thuisblijven & testen bij klachten) het preventief gebruik van mondneusbescherming in de non-COVID-zorg geadviseerd. Lees meer in het achtergronddocument ‘Preventief gebruik PBM bij patiënten zonder (vermoeden van) COVID-19

    Aanbevelingen PBM bij patiënten zonder (vermoeden) van COVID-19

    • Gebruik bij patiënten zonder vermoeden van COVID-19 preventief mondneusbescherming tijdens het spreekuur.
      • Draag uw gehele werkdag (continu preventief) een chirurgisch mondneusmasker IIR.
      • Gebruik een mondneusmasker maximaal 3 uur aaneengesloten; verwissel het eerder als het nat is geworden.
    • Gebruik bij risicovolle handelingen1 en bij procedures die een groot risico op druppelvorming/spatten naast een chirurgisch mondneusmasker type IIR tevens een beschermende bril of een face shield (bij voorkeur in combinatie met beschermende schort en wegwerphandschoenen).
    • Overweeg tijdens een spreekuur standaard een doktersjas te dragen, mits deze na gebruik (aan het eind van het spreekuur) wordt gewassen op 60 graden).
    • Adequate basis-hygiënische maatregelen blijven onverminderd van belang.

    Risicovolle handelingen zijn diagnostische of therapeutische handelingen waarbij de zorgverlener met hoge frequentie zeer dicht (<30 cm) bij het gelaat van de patiënt komt. In het bijzonder als bovendien de kans bestaat op contact met slijmvliezen in het mond-, neus-, keelgebied of waarbij handelingen hoesten of niezen mogelijk uitlokken. (Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting vanwege SARS-CoV-2 van FMS).

    Aan bovenstaande adviezen liggen de volgende overwegingen ten grondslag:

    • Met triage op klachten blijken in de huisartsenpraktijk, om uiteenlopende redenen, een deel van de symptomatische personen (of personen met een recent risicocontact COVID-19) niet geïdentificeerd.
    • Met het stijgen van de prevalentie wordt de kans op het treffen van een pre- of asymptomatische persoon met COVID-19 hoger.
    • Huisartsen hebben veel contacten per dag met verschillende patiënten (o.a. patiënten die behoren tot een risicogroep voor een gecompliceerd beloop). De handelingen die huisartsen verrichten zijn divers van aard en variëren van weinig risico op transmissie tot risicovolle handelingen afhankelijk van de aard van de handeling en de intensiteit van het contact.
  • Is het noodzakelijk om uit voorzorg bij wondverzorging en bloedafname PBM te gebruiken?

    Bij patiënten waarbij er géén vermoeden is van COVID-19 zijn geen persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voor druppel- en contactisolatie geïndiceerd volgens de Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting vanwege SARS-CoV-2 van FMS. Alleen bij risicovolle handelingen is het wenselijk dat de huisarts zich beschermt. Daarnaast kunnen praktische overwegingen een reden te zijn om af te wijken van de leidraad, vooral in gebieden met hoge incidentie van COVID-19.

    Gebruik bij risicovolle handelingen* een chirurgisch mondneusmasker type IIR en een beschermende bril. Bij voorkeur in combinatie met beschermende schort en wegwerphandschoenen. 

    * Risicovolle handelingen zijn diagnostische of therapeutische handelingen waarbij de zorgverlener met hoge frequentie, over langere tijd (per patiënt langer dan 3 minuten), zeer dicht (<30 cm) bij het gelaat van de patiënt komt. In het bijzonder als bovendien de kans bestaat op contact met slijmvliezen in het mond-, neus-, keelgebied of waarbij handelingen hoesten of niezen mogelijk uitlokken.

  • INZET EN TESTBELEID

  • Testbeleid GGD Zuid Limburg

    De GGD Zuid-Limburg is klaar om vanaf 1 juni alle mensen met klachten die wijzen op Covid-19 in onze regio te testen. Hiervoor zijn drie testlocaties ingericht:

    1. Geleen: Hofkamp 31, 6161 DC Geleen
    2. Maastricht: XL-testlocatie, Paul-Henri Spaaklaan 2, 6229 EN Maastricht
    3. Heerlen: Palemigerboord 401, 6412 TG Heerlen
    • Testen kan alleen op afspraak en gaat via het landelijke nummer: 0800 – 1202 of voor de regio Zuid Limburg via het regionale nummer: 088 880 5005. Dit nummer is gratis, bereikbaar 7 dagen per week van 08:00 tot 20:00 uur. Een burger kan ook online een testafspraak maken via www.coronatest.nl , hiervoor heeft de burger wel een Digid nodig.
    • Testen is bedoeld voor iedereen die klachten heeft passend bij het coronavirus, bijvoorbeeld: koorts/verhoging, hoesten, keelpijn, neusverkoudheid en/of kortademigheid. Ook bij minder typische klachten kan een test worden afgenomen.
    • Uit de test blijkt of iemand op dit moment besmet is met Covid-19 en niet of iemand eerder besmet is geweest.
    • Testen is gratis.
    • Voor het maken van de afspraken worden kort een aantal vragen gesteld o.a. over de aard van de klachten. Bij het maken van de afspraak wordt een BSN-nummer gevraagd ter identificatie. De burger krijgt dan de tijd en plaats waarop de test wordt afgenomen. Het streven is om de test zo snel mogelijk af te nemen.

    In onderstaande bron van het RIVM staat beschreven bij welke klachten het noodzakelijk is om te testen.

  • Indien iemand positief is getest, wanneer mag diegene uit isolatie?

    Indien iemand positief is getest op COVID-19 moet diegene in isolatie aangezien hij/zij besmettelijk kan zijn voor anderen. Zo wordt voorkomen dat anderen besmet raken.

    • Iemand mag uit isolatie indien 24u geen klachten meer die passen bij COVID-19 én minimaal 7 dagen geleden de eerste ziektedag is geweest
    • Indien er sprake is van andere chronische ziekten, immuun gecompromitteerde patiënten of opname in het ziekenhuis vanwege COVID geldt een isolatieduur van minimaal 14 dagen
    • Voor patiënten verblijvend in een verpleeg- of verzorgingstehuis of de gehandicaptenzorg geldt tevens een isolatieduur van minimaal 14 dagen na de start van symptomen
    • Huisgenoten en nauwe contacten moeten in quarantaine tot en met 10 dagen na het laatste risicocontact. Zij krijgen het quarantaineadvies via de GGD, en daarnaast ook het advies om zich te laten testen bij klachten. De quarantaine kan worden opgeheven na 10 dagen, of als 5 dagen na het risicocontact de PCR voor SARS-CoV-2 negatief is.

    Via onderstaande bronnen zijn uitgebreide leefregels te vinden voor personen met een positieve test en diens huisgenoten en nauwe contacten.

  • Hoe komt het dat het testbeleid in elke regio anders is?

    Het verschil wordt deels veroorzaakt door het ontbreken van goede randvoorwaarden ter ondersteuning van het landelijk testbeleid. Hierdoor zoekt elke GGD naar haalbare oplossingen binnen zijn regio/organisatie. Een 2e factor die de verschillen beïnvloedt is de verschillen per GGD in logistieke inrichting en karakteristieken.

    Door nu in het landelijk overleg van de GGD GHOR NL ook medici te laten participeren, hoopt men een landelijk beleid neer te zetten dat praktisch haalbaar is voor de regio’s. Voorlopig is tevens besloten om regio’s vrij te laten om het HOE te regelen als het WAT/WIE maar hetzelfde is in elke regio.

  • Worden huisartsen op de hoogte gesteld van test uitslagen?

    het Huisarts Informatie Portaal (HIP) in gebruik genomen door de GGD GHOR Nederland. Wanneer een patiënt van u positief is getest op COVID-19, ontvangt u automatisch een bericht dat in uw HIS op praktijkniveau binnenkomt. De meldingen worden alleen verzonden na toestemming van de patiënt. De berichten voor positieve testuitslagen worden verstuurd als een ‘edifact medlab bericht’, met daarin de uitslag volgens het voorschrift voor diagnostische bepalingen vanuit de NHG. Dit betekent dat de test is omschreven met de volgende codering:

    • SCVR/SCVRRA voor een PCR test
    • SCAT/SCATRA voor een antigeensneltest.

    De uitslag die bij deze bepaling hoort is “32”, dit staat voor “positief”. Hoe deze informatie aan u getoond wordt hangt af van het Huisartsen Informatie Systeem (HIS) dat u gebruikt. In overeenstemming met de LHV en de gezamenlijke HIS leveranciers is ervoor gekozen deze codering te hanteren. 

  • Testbeleid medewerkers

    Minister Hugo de Jonge heeft op 11 september 2020 besloten het testbeleid tijdelijk aan te passen en prioriteit te geven aan het testen van zorgpersoneel met klachten die passen bij het coronavirus. Zij krijgen prioriteit omdat zij onmisbaar zijn bij de bestrijding van het coronavirus. Bovendien werken zij met kwetsbare mensen. Zorgmedewerkers krijgen daarom altijd een PCR-test. het speciale landelijke coronatest-prioriteitsnummer van de GGD: 0800 - 8101 (vanuit het buitenland: +31 88 220 2700). Het nummer is dagelijks bereikbaar tussen 07.30 en 20.00 uur.

  • Wat zijn de regels t.a.v. contacten?

    Definitie contacten

    Contacten worden onderscheiden in drie categorieën: 1. Huisgenoten, 2. overige nauwe contacten en 3. overige (niet nauwe) contacten. Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt in contacten die nog geen immuniteit hebben opgebouwd (niet-immune contacten) en contacten waarvan redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij afweer hebben opgebouwd tegen SARS-CoV-2 als gevolg van doorgemaakte infectie en/of vaccinatie (immune contacten).

    1. Huisgenoten zijn contacten die in dezelfde woonomgeving leven en langdurig op minder dan 1,5 meter afstand contact hadden met de bevestigde persoon.
    2. Als overige nauwe contacten worden beschouwd:
      2a. Personen die in totaal (binnen 24 uur) langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter afstand contact hadden met de bevestigde persoon tijdens diens besmettelijke periode. Personen die een melding vanuit de CoronaMelder-app hebben gekregen worden als overige nauwe contacten beschouwd. Voor vliegtuig-, bus- en treincontacten is verderop in dit protocol uitgewerkt wie van de passagiers en bemanningsleden voldoen aan de definitie overige nauwe contacten. 
      2b. In omstandigheden waarbij er een hoogrisicoblootstelling was van korter dan 15 minuten (bijvoorbeeld in het gezicht hoesten, of direct fysiek contact zoals zoenen) wordt deze persoon ook als ‘overig nauw contact’ beschouwd.
    3. Als overige (niet nauwe) contacten worden beschouwd: in bijzondere situaties wordt door de GGD adviezen gegeven

    3a. Personen die langdurig contact (langer dan 15 minuten) hadden met de bevestigde persoon op meer dan 1,5 meter afstand in dezelfde ruimte, bijvoorbeeld op kantoor, in de klas of tijdens vergaderingen.

    3b. Personen die op minder dan 1,5 meter contact hadden met de bevestigde persoon tijdens diens besmettelijke periode gedurende minder dan 15 minuten 

    Definitie immuun en niet-immuun

    Bij het BCO wordt een persoon als immuun voor SARS-CoV-2 beschouwd als deze:

    • 14 dagen of langer geleden een vaccinatieserie heeft afgerond OF
    • 14 dagen of langer geleden 1 vaccinatie heeft gekregen na een doorgemaakte SARS-CoV-2-infectie OF
    • COVID-19 heeft doorgemaakt minder dan 12 maanden geleden.
  • Is een positieve serologie op covid-19 (antistoffen) meldingsplichtig?

    Het RIVM adviseert het volgende betreffende meldingsplicht van positieve covid-19 serologische testuitslagen: “Patiënten met een positieve serologische testuitslag zijn niet meldingsplichtig omdat de melding doorgaans te laat is om nog zinvol actie te ondernemen en bron- en contactonderzoek (BCO) op te starten. In de gevallen waarbij BCO nog wel zinvol is, kan altijd contact met de regionale GGD worden opgenomen. Dit kan bijvoorbeeld bij patiënten met eerder geen positieve PCR en op het moment van de (positieve) serologische test nog wel COVID klachten. BCO wordt pas opgestart bij een positieve PCR-test.

    De precieze meerwaarde van serologische diagnostiek naar COVID-19 in de huisartsenpraktijk is echter nog onduidelijk. Een deel van de patiënten met milde klachten lijken nauwelijks of geen antilichamen te vormen en bij sommige patiënten verdwijnen antilichamen na enige tijd. Ook bestaat er nog steeds onzekerheid over de correlatie tussen de aanwezigheid van antilichamen en immuniteit tegen re-infectie. Indien er toch gekozen wordt voor serologische diagnostiek wordt aangeraden dit te doen via een vertrouwd laboratorium, niet eerder dan 10 dagen na de eerste ziektedag en bij voorkeur pas na 3 tot 4 weken en de uitslag te laten interpreteren door een medisch microbioloog.

  • Informatie over Stichting Imtest

    Huisartsen worden veelvuldig benaderd door Stichting Imtest. Dit is een stichting die onder andere mensen middels een vingerpriktest aanbiedt om te laten testen op immuniteit tegen COVID-19.

    Het grootste probleem van deze testen is dat we nog onvoldoende weten over de correlatie tussen de aanwezigheid van antistoffen (wat het bedrijf test middels een ELISA-bloedtest) en daadwerkelijke immuniteit voor COVID-19. Het bedrijf biedt daarmee schijnzekerheid.

  • Testen via de huisarts

    Landelijk beleid sinds 1 juni: bron- en contactopsporing 
    Sinds 1 juni is het landelijk beleid dat iedereen met vermoeden van COVID-19 zich kan laten testen. Met de GGD zijn afspraken gemaakt wie welke patiënten test. Zie voor meer informatie over de rolverdeling de Leidraad uitvoering testen op COVID-19 bij patiënten extramuraal op de LHV-site.

    Diagnostiek voor medisch beleid 
    Aanbeveling 

    De huisarts neemt een PCR af bij: 

    • Patiënten die vanwege vermoeden van COVID-19 door de huisarts worden gezien omdat een klinische inschatting gewenst is.  

    Patiënten die vanwege milde luchtwegklachten op het luchtwegspreekuur worden gezien, maar komen met een andere reden voor contact (zoals acute lumbago of een snijwond), hebben gezien het landelijke beleid ook een indicatie voor diagnostiek naar COVID-19, maar kunnen daarvoor worden verwezen naar een teststraat van de GGD.

  • Moet een huisarts toestemming geven bij testen van patiënten in een VVT?

    Wanneer de instelling testen inplannen moeten zij officieel toestemming hebben van de persoon zelf. Kan de persoon zelf dat niet doen, dan vraagt men dit aan de officiële contactpersoon of bij een behandeld arts/verpleegkundige. (Dus huisarts of SOG).

  • BEHANDELING

  • Welke behandelingen kan ik geven?

    Volg bij patiënten met luchtwegklachten zoals hoesten of kortademigheid de NHG-Standaard Acuut hoesten. Deze is, ook in de tijd van mogelijke besmettingen met het coronavirus, nog altijd van toepassing. In aanvulling op de standaard gelden de volgende behandeladviezen:

    • Ongecompliceerde luchtweginfectie; deze patiënten moeten in deze periode thuis uitzieken totdat ze 1 dag klachtenvrij zijn.
    • Gecompliceerde luchtweginfectie, dit betreft;
    • Patiënten met de waarschijnlijkheidsdiagnose pneumonie; start antibiotica, conform de adviezen in de NHG-Standaard Acuut hoesten. Amoxicilline is nog steeds het middel van eerste keus. De dosering van amoxicilline voor de behandeling van een pneumonie is aangepast naar 3 dd 500-750 mg voor 5 dagen. Amoxicilline 3dd 750 mg biedt met name op theoretische gronden mogelijk een voordeel boven 3dd 500 mg. Het is niet raadzaam om bij deze diagnose aan patiënten in de eerste lijn azitromycine als eerste keus voor te schrijven.
    • Patiënten met een risicofactor op een gecompliceerd beloop; Bij deze patiënten bepalen het klinisch beeld en de comorbiditeit of al dan niet met medicamenteuze behandeling wordt gestart.
    • Patiënten met astma of COPD die een toename van klachten ervaren óf een longaanval doormaken, worden conform de daarvoor geldende NHG-Standaarden Astma bij kinderen, Astma bij volwassenen en COPD behandeld met luchtwegverwijders, inhalatiecorticosteroïden of prednison oraal. Dit betekent:
    • Geef bij klinische aanwijzingen voor een exacerbatie (piepen, verlengd expirium, goede respons op luchtwegverwijders etc.) óók bij verdenking COVID-19 een prednison stootkuur.
    • Overweeg om bij een milde longaanval (mild piepen, gering verlengd expirium, geringe klachten) eerst inhalatiecorticosteroïden (ICS) op te hogen dan wel ICS/LABA op te hogen tot de maximale dosering en rescue medicatie toe te voegen. (Dit in het kader van terughoudendheid met prednison bij (mogelijke) COVID-19).
    • Indien klinisch geen aanwijzingen voor een longaanval, dan is er geen indicatie voor prednison.
    • Er is geen reden om inhalatie corticosteroïden (ICS) te staken of niet te starten.
    • Heeft patiënt met astma of COPD geen koorts en geen tekenen van pneumonie of ernstige purulente bronchitis, dan is er geen indicatie voor antibiotica.
    • Heeft de patiënt met astma of COPD aanwijzingen voor een gecompliceerde luchtweginfectie (pneumonie of ernstige purulente bronchitis), volg dan het beleid bij gecompliceerde luchtweginfectie (antibiotica).
    • Overleg bij twijfel (ernstig astma, ernstig COPD of chronisch gebruik van immuun modulerende medicatie, zoals prednison in onderhoudsdosering en biologicals) met een longarts.
    • Vernevelen wordt niet aangeraden in de praktijk of op de huisartsenpost vanwege de (toegenomen) kans op verspreiding van het coronavirus.
    • Beleid overige geneesmiddelen:
    • Bij de symptoombestrijding van griepachtige klachten zoals keel- of spierpijn is paracetamol eerste keus omdat het minder bijwerkingen heeft dan NSAID’s. Het lijkt niet aannemelijk dat het gebruik van NSAID’s het herstel van COVID-19 zou vertragen. (Bron: EMA)
    • Patiënten die antihypertensiva gebruiken, zoals RAS-remmers, worden geadviseerd om hun behandeling onveranderd voort te zetten. Er is geen bewijs dat het gebruik van deze middelen een negatief effect zou hebben op het beloop van infecties door het coronavirus.

     

    • Specifieke behandeling

    Er is nog geen specifieke behandeling voor COVID-19 in de eerste lijn. Het beleid bij patiënten met COVID-19 bestaat uit monitoren van de patiënt (onder andere door dagelijkse temperatuurmeting), symptoombestrijding (bijvoorbeeld met paracetamol) en in het geval van een ziekenhuisopname, zo nodig ondersteuning door toediening van infuusvloeistof, zuurstof en/of beademing. Bij patiënten met bewezen COVID-19 met milde klachten die thuis verblijven, wordt aangeraden geen middelen voor te schrijven waarvan de werkzaamheid nog niet is aangetoond, zoals antivirale middelen of chloroquine. Vanwege onbewezen effect en risico op toxiciteit/bijwerkingen wordt deze medicatie alleen aan de meest ernstig zieke, opgenomen, zuurstofbehoeftige patiënten gegeven. Bij COVID-19 zijn antibiotica niet zinvol en niet geïndiceerd.

    bron NHG

  • Wat is het (provinciale) protocol ACP en Palliatieve zorg bij COVID voor huisartsen?

    In Limburg Noord en Zuid hebben de kaderartsen palliatieve zorg samen met enkele specialisten ouderengeneeskunde enkele protocollen opgesteld. Wordt uw vraag hiermee niet beantwoord dan kunt u kijken op palliaweb

     

  • Zorgen NSAID’s (zoals ibuprofen, diclofenac, naproxen) voor ernstigere klachten bij een infectie met het nieuwe coronavirus?

    Op dit moment zijn dit speculaties die geen wetenschappelijke basis hebben. Dit wordt nu verder onderzocht. Toch is het beter om bij koorts paracetamol te nemen. Niet omdat ibuprofen een corona-infectie verergert, maar omdat paracetamol beter werkt tegen koorts en het geeft minder bijwerkingen dan NSAID’s.

    Er is (nog) geen medicijn tegen het nieuwe coronavirus. Paracetamol en ibuprofen helpen niet om van het virus te genezen, maar kunnen klachten van koorts, keelpijn en malaise verminderen. Er is nu geen bewijs dat het gebruik van paracetamol of ibuprofen (of diclofenac, of naproxen, zogenoemde NSAID’s) de ziekte door het virus juist verergeren. Paracetamol heeft de voorkeur, want dat geeft de minste bijwerkingen.

  • Malariamedicijn: werkt het malariamedicijn chloroquine tegen het coronavirus?

    Er is geen specifieke behandeling tegen het nieuwe coronavirus. De behandeling van ernstig zieke mensen bestaat uit het behandelen van de symptomen. Zo kunnen artsen bijvoorbeeld extra zuurstof toedienen bij patiënten die erg benauwd zijn. Er wordt geëxperimenteerd met verschillende medicijnen, zoals chloroquine, een medicijn tegen malaria. Dit zijn proeven die nu in laboratoria plaatsvinden, er zijn nog geen gedocumenteerde proeven gedaan met mensen. Vooralsnog is er geen bewezen behandeling tegen het nieuwe coronavirus.

  • LITERATUUR EN BRONNEN COVID-19

  • Waar kan ik goed en gratis wetenschappelijke artikelen vinden over het coronavirus?

    De academische uitgeverij Springer Nature, het moederbedrijf van Bohn Stafleu van Loghum, heeft de meest recente en relevante informatie over het corona-virus gratis beschikbaar gesteld om alle zorgprofessionals zo goed mogelijk te informeren over de wetenschappelijke ontwikkelingen

     

  • Kan ik ergens voorbeeld casussen nalezen?

    Klik op de link hieronder  om casusen voor te bereiden

  • Waar vind ik actualiteiten?

    Klik op een van de sites hieronder voor de actualiteiten

  • Zijn er COVID-19 webinars?
    • Het webinar over COVID-19 op MedischeScholing.nl waaraan maar liefst 12.000 zorgverleners deelnamen, krijgt een vervolg. NHG, LHV en MedischeScholing.nl slaan de handen ineen en nemen het initiatief voor een reeks van webinars de komende
    • In het kader van het Limburgse Covid-19 kennisplatform, hebben LINK, GGD Zuid Limburg, Zuyderland en MUMC+ een reeks webinars georganiseerd rondom Covid-19. De doelgroep betreft alle zorgpersoneel en medici die in hun dagelijks werk met COVID-19 (gerelateerde klachten) geconfronteerd worden. Deelname is gratis.