Actueel

In gesprek met

Om inzicht te krijgen in de het vóórkomen van resistente bacteriën in verpleeghuizen heeft het RIVM in 2018 een punt prevalentie onderzoek (PPO) in verpleeghuizen uitgevoerd. Yolanda van Weert is onderzoeksverpleegkundige bij het RIVM. Zij ondersteunt vanuit het RIVM de regionale PPO coördinatoren bij de uitvoering van dit onderzoek. Toen in Limburg de beoogde PPO coördinator een nieuwe baan kreeg heeft Yolanda voor LINK deze taak overgenomen.

jolande

Wat is je binding met onze regio?
Ik heb geen speciale binding met Limburg, maar ik vond het wel leuk om contacten te leggen met de verpleeghuizen en  te ervaren hoe de PPO- coördinatoren te werk gingen.

Hoeveel huizen hebben in Limburg uiteindelijk meegedaan aan het PPO?
Het streven was om per regio 30 verpleeghuizen te laten deelnemen. In totaal hebben 14 verpleeghuizen in Limburg meegedaan met PPO. Hiervan waren 9 verpleeghuizen die al in het project Kwaliteit van het Zuyden zaten.

Hoe was de samenwerking met de laboratoria in de regio?
Zowel verpleeghuizen als laboratoria hebben het druk en zo’n project kost weer extra tijd en geld. Maar toch werd het PPO-project over het algemeen door de laboratoria toegejuicht en met de betrokken labs  werd  goed samen gewerkt.

Ben je tevreden over het resultaat?
We zijn heel tevreden over de uiteindelijke resultaten. Niet alle doelstellingen zijn gehaald, maar de resultaten geven voldoende informatie om conclusies te kunnen trekken. We zijn heel tevreden over de samenwerking met vele betrokken partijen. De eindrapportage wordt in maart 2019 verwacht.

Kwaliteit uit het Zuyden

Meten is weten en leren doe je van elkaar. Dit klinkt als dooddoeners maar in het project ‘Kwaliteit uit het Zuyden’ zijn ze dat zeker niet.

Met een aanvullende subsidie van  VWS weken Sevagram, Vivantes, Cicero, Zuyderland Zorg, Adelante en Zuyderland MC samen aan het meten van de status van de infectiepreventie op een manier die met elkaar vergelijken mogelijk maakt. Hiervoor gebruiken de instellingen de Infectie Risico Scan (IRIS). Op een uniforme, objectieve en reproduceerbare manier brengen deze organisaties de status van hun infectiepreventie in beeld. De onderdelen die gemeten worden zijn:

-          Juistheid van het gebruik van urine katheters
-          Juistheid van het gebruik van antibiotica
-          De schoonmaak (of beter gezegd: hoeveel verontreiniging er te meten is)
-          Handhygiëne
-          Randvoorwaarden handhygiëne en naleving van het kledingreglement
-          Structuurvoorwaarden
-          En tot slot: koloniale verwantschap ESBL (de mate waarin deze resistente bacterie zich op de afdeling verspreid, dus een maat voor transmissie)

Inmiddels zijn de eerste IRIS scans afgenomen en ontvangen de deelnemende huizen binnenkort de eerste rapportage. Vervolgens gaan de huizen aan de slag met verbeterpunten. Door de uniforme meting is het mogelijk resultaten tussen huizen te vergelijken. Wanneer een huis heel goed scoort op een onderwerp waar een ander huis een minder resultaat heeft kunnen zij goede praktijken met elkaar delen. Het effect van de verbeteracties wordt in beeld gebracht met een tweede infectierisicoscan.