29 november 2019

Standpunt bestuur NVMM inzake organisatie MRSA-bestrijding

Het bestuur is op de hoogte gesteld van activiteiten op het gebied van MRSA-bestrijding door een landelijke commerciële organisatie, oorspronkelijk opgericht voor de adequate afhandeling van prikaccidenten. Diensten worden vooral aangeboden aan zorginstellingen en zorgaanbieders anders dan ziekenhuizen en huisartsen, die vaak zelf ook landelijk zijn georganiseerd. Kweken in het kader van deze landelijke dienstverlening worden door één microbiologisch laboratorium verzorgd, de counseling aan de instelling door één bureau voor infectiepreventie dat landelijk opereert. Dit bureau organiseert dan zo nodig een eerste ringonderzoek en kan besluiten al dan niet contact op te nemen met regionale partijen die betrokken zijn bij de MRSA-bestrijding.


Een belangrijk element van het beroepsprofiel van de NVMM is de geïntegreerde taakset. In het geval van bestrijding van de verbreiding van MRSA en BRMO veronderstelt de geïntegreerde taakset meer dan kweken, counseling op basis van individuele gevallen en delen van bevindingen. Ook fysieke aanwezigheid en betrokkenheid bij overleg over regionale protocollen en scholing, reguliere infectiepreventie-activiteiten en stewardship maken er onderdeel van uit. In het Integraal Kwaliteitskader (IKK), in 2019 vastgesteld door de ALV, wordt tevens een voorkeur uitgesproken voor regionale organisatie van infectieziektezorg. Dit sluit aan bij het beleid van de overheid in deze, zoals dat bijvoorbeeld blijkt uit de inrichting van de ABR-zorgnetwerken. De organisatie van deze zorgnetwerken is zeker nog niet perfect en vereist inzet en volharding van alle betrokken regionale partijen. Ook locaties van landelijke opererende zorgorganisaties, met name in de Verpleeg- & Verzorgingshuizen & Thuiszorg sector, maken ieder voor zich onderdeel uit van een regionaal zorgnetwerk, en zouden om die reden betrokken moeten zijn bij het ABR-zorgnetwerkinitiatief. Incidenten zoals een MRSA-positieve medewerker kunnen daarvoor een aanleiding zijn.


Voor haar oordeel over initiatieven zoals de genoemde landelijke dienstverlening, acht het bestuur de inschatting belangrijk of dergelijke initiatieven in het verlengde van die beoogde regionale organisatie liggen, of dat zij de totstandkoming ervan eerder hinderen. Enerzijds zou met dit initiatief op korte termijn kunnen worden voorzien in een eventueel nog bestaande regionale lacune. Anderzijds belemmert deze oplossing de gewenste aansluiting van de betreffende instelling bij de regionale infrastructuur. Een verdere verbreiding van deze werkwijze bergt naar het oordeel van het bestuur aanzienlijke risico’s in zich voor fragmentatie van de MRSA/BRMO-zorg in de regio, waarbij het overzicht, eenheid van beleid, en een goed gecoördineerde aanpak in de bestrijding van MRSA/BRMO verloren gaan.


Om die reden acht het bestuur deze ontwikkeling onwenselijk, en een bijdrage van laboratoria van buiten de betreffende regio aan dergelijke initiatieven in strijd met de integrale dienstverlening zoals bedoeld in het Beroepsprofiel en IKK. Wij roepen NVMM-leden die worden benaderd voor medewerking aan dit soort initiatieven op om door te verwijzen naar het ABR-zorgnetwerk en laboratoria in de betreffende regio.