Huisartsen

ABR kennisvragen Huisarts

Vraag

Er zijn verschillende bacteriën, met verschillende resistentiepatronen, die worden aangeduid als ‘Bijzonder Resistent Micro-Organisme’ (BRMO). Welke factor of factoren bepalen of een micro-organisme een BRMO wordt genoemd?

  1. Het aantal of de soort antibiotica waartegen het micro-organisme resistent is
  2. Antwoord 1 plus de mate waarin de bacterie in staat is de resistentie over te dragen
  3. Antwoord 2 plus de pathogeniciteit van de bacterie
  4. Antwoord 3 plus de frequentie waarmee de bacterie uitbraken veroorzaakt

Uitleg:

Naast het resistentiepatroon van het micro-organisme spelen ook de mate waarin resistentie wordt overgedragen en de pathogeniciteit van de bacterie een rol. Zo zijn er veel huidbacterien (coagulase negatieve stafylokokken, zoals Staphylococcus epidermidis) die een resistentiepatroon laten zien dat vergelijkbaar is met dat van een MRSA. Mede wegens hun lage pathogeniciteit worden ze echter niet als BRMO aangeduid. De frequentie van uitbraken speelt geen rol.

Bron: LCI richtlijn BRMO

Vraag

Een patiënt uit de praktijk heeft een cystitis met een E. coli. Voor welke van de volgende antibiotica is de kans op resistentie van deze verwekker het kleinst?

  1. Nitrofurantoine
  2. Augmentin
  3. Co-trimoxazol
  4. Ciprofloxacine

Uitleg

De resistentiepercentages van E. coli gekweekt uit door huisartsen ingestuurde urinesamples van patienten > 12 jaar oud zijn als volgt:

Nitrofurantoine: 2%
Augmentin: 31%
Co-trimoxazol: 22%
Ciprofloxacine: 11%
Ook voor fosfomycine is het resistentiepercentage zeer laag (1%). Nitrofurantonine en fosfomycine zijn echter alleen geschikt voor de behandeling van een ongecompliceerde cystitis.

Bron: Nethmap 2018