Gehandicaptenzorg

ABR kennisvragen

1. Waar staat de afkorting BRMO voor? *

  1. Bacteriële resistente micro-organismen
  2. Bijzonder resistente micro-organismen
  3. Behoorlijk resistente mini-organismen

Antwoord: Bijzonder resistente micro-organismen

2. Bij welke ziekte is antibiotica onmisbaar? *

  1. Bij een verkoudheid
  2. Bij een heftige griep
  3. Bij een terugkomende blaasontsteking

Antwoord: terugkomende blaasontsteking

3. Wat is antibioticaresistentie? *

  1. Het ongevoelig worden van bepaalde bacteriën voor de werking van een of meer antibioticasoorten
  2. Het ongevoelig worden van antibioticasoorten voor bepaalde bacteriën
  3. Het ongevoelig worden van een virus voor de werking van een of meer antibioticasoorten

Antwoord: Antibioticaresistentie betekent dat bepaalde bacteriën niet meer gevoelig zijn voor de werking van een of meer antibioticasoorten. Ze hebben zichzelf beschermd. Dus niet de mensen maar de bacteriën zijn resistent. Bij een infectie kunnen al vanaf het begin enkele resistente bacteriën aanwezig zijn. Door het gebruik van een antibioticum krijgen zij de kans om zich te vermenigvuldigen. Daarnaast kunnen bacteriën geleidelijk resistent worden. Dit gebeurt vooral bij herhaaldelijk of langdurig gebruik van hetzelfde type antibioticum. Ook worden bacteriën resistent als iemand niet op de juiste tijdstippen het antibioticum inneemt. Een infectie door resistente bacteriën is moeilijk te behandelen want het antibioticum kan de bacteriën niet meer doden of hun groei remmen. Kijk ook deze animatie 'hoe ontstaat resistentie tegen antibiotica'. Bron RIVM

4. Wat zijn multiresistente bacteriën? *

  1. Bacteriën die ongevoelig zijn voor een groot aantal ziekten
  2. Bacteriën die ongevoelig zijn voor een groot aantal antibiotica
  3. Bacteriën die ongevoelig zijn voor een groot aantal medicijnen

antwoord: Als bepaalde bacteriën ongevoelig zijn voor een groot aantal antibiotica noemen we ze multiresistente bacteriën. Een infectie door dergelijke bacteriën kan met slechts met een paar soorten antibiotica worden behandeld. Bovendien bestaat het gevaar dat de bacteriën ook voor die middelen ongevoelig worden. Het wordt dan steeds lastiger om een antibioticum te vinden dat nog wel werkt. Voorbeelden van multiresistente bacteriën zijn: de ziekenhuisbacterie MRSA en VRE vacomicineresistente enterokok . Andere voorbeelden zijn de ESBL Extended spectrum beta-lactamases -bacterie en carbapenemase producerende bacteriën.

5. Welke bacterie is een multiresistente bacterie? *

  1. Clostridium botulinum
  2. Salmonella
  3. MRSA

Antwoord: Meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA Methicillin-resistant Staphylococcus aureus ) staat bekend als de 'ziekenhuisbacterie' omdat hij, vooral in ziekenhuizen, epidemieën veroorzaakt. De bacterie is ongevoelig (resistent) voor behandeling met meticilline en veel andere antibiotica. Bron: RIVM

6. Wie kan multiresistente bacteriën oplopen? *

  1. Alleen mensen met een verminderde weerstand
  2. Iedereen
  3. Voornamelijk kinderen

Antwoord: Iedereen kan drager worden van een multiresistente bacterie, maar veruit de meeste mensen worden er niet ziek van. Besmetting is vooral gevaarlijk voor mensen met een ernstig verminderde weerstand. In bepaalde situaties is de kans groter om een dergelijke bacterie op te lopen, zoals bij een opname in een buitenlands ziekenhuis. Bron: RIVM

7. Waar worden antibiotica resistente bacteriën verspreid? *

  1. In de zorg
  2. In dieren, voedsel en milieu
  3. a én b

antwoord : a+b

8. Hoe kun je antibioticaresistentie voorkomen?

  1. Door meer antibioticagebruik
  2. Door onder meer goede handhygiëne om besmetting tussen personen tegen te gaan
  3. Door mensen samen te laten zijn en zo groepsimmuniteit te bewerkstelligen

antwoord: Door onder meer goede handhygiëne om besmetting tussen personen tegen te gaan

9. Bij de verzorging van een MRSA-positieve patiënt (met neus, keel en rectum dragerschap) dient een zorgprofessional de volgende voorzorgsmaatregelen te treffen:

  1. Algemene voorzorgsmaatregelen
  2. Algemene voorzorgsmaatregelen plus het dragen van handschoenen, wegwerpschort met korte mouwen en een chirurgisch mond-neusmasker
  3. Algemene voorzorgsmaatregelen plus het dragen van handschoenen, wegwerpschort met lange mouwen en een chirurgisch mond-neusmasker
  4. Algemene voorzorgsmaatregelen plus het dragen van handschoenen, wegwerpschort met lange mouwen en een mondneusmasker type FFP-2

Bron: LCI-richtlijn ‘Staphylococcus aureus-infecties inclusief MRSA-infecties en -dragerschap’, zie: https://lci.rivm.nl/richtlijnen/staphylococcus-aureus-infecties-inclusief-mrsa

antwoord: Algemene voorzorgsmaatregelen plus het dragen van handschoenen, wegwerpschort met lange mouwen en een chirurgisch mond-neusmasker